afb.1 Algemeen principe voor de aansluiting met een spouwmuur in een ideale situatie
1. Hellingslaag
2. Thermische isolatie
3. Eventuele ballastlaag
4. Dunnere thermische isolatie die de goot vormt
5. Opstand van de dakafdichting > 150 mm
6. Gevelmetselwerk
7. Thermische onderbreking om de koudebrug te vermijden
8. Spouwmembraan, al dan niet ingewerkt in het dragende metselwerk
9. Dakafdichting
10. Dampscherm (zie TV 215, hoofdstuk 6). In afb. 2 wordt dit scherm gevormd door de bestaande dakafdichting
11. Open stootvoegen
12. Loden slab (voetlood)
1. Hellingslaag
2. Thermische isolatie
3. Eventuele ballastlaag
4. Dunnere thermische isolatie die de goot vormt
5. Opstand van de dakafdichting > 150 mm
6. Gevelmetselwerk
7. Thermische onderbreking om de koudebrug te vermijden
8. Spouwmembraan, al dan niet ingewerkt in het dragende metselwerk
9. Dakafdichting
10. Dampscherm (zie TV 215, hoofdstuk 6). In afb. 2 wordt dit scherm gevormd door de bestaande dakafdichting
11. Open stootvoegen
12. Loden slab (voetlood)
afb.2 Na-isolatie van daken met een beperkte opstandhoogte ter hoogte van de spouwmuur
1. Hellingslaag
2. Thermische isolatie
3. Eventuele ballastlaag
4. Dunnere thermische isolatie die de goot vormt
5. Opstand van de dakafdichting > 150 mm
6. Gevelmetselwerk
7. Thermische onderbreking om de koudebrug te vermijden
8. Spouwmembraan, al dan niet ingewerkt in het dragende metselwerk
9. Dakafdichting
10. Dampscherm (zie TV 215, hoofdstuk 6). In afb. 2 wordt dit scherm gevormd door de bestaande dakafdichting
11. Open stootvoegen
12. Loden slab (voetlood)
1. Hellingslaag
2. Thermische isolatie
3. Eventuele ballastlaag
4. Dunnere thermische isolatie die de goot vormt
5. Opstand van de dakafdichting > 150 mm
6. Gevelmetselwerk
7. Thermische onderbreking om de koudebrug te vermijden
8. Spouwmembraan, al dan niet ingewerkt in het dragende metselwerk
9. Dakafdichting
10. Dampscherm (zie TV 215, hoofdstuk 6). In afb. 2 wordt dit scherm gevormd door de bestaande dakafdichting
11. Open stootvoegen
12. Loden slab (voetlood)