Definitie van comfort
Thermisch comfort wordt door internationale normen (ISO, ASHRAE) gedefinieerd als een toestand waarbij de persoon tevreden is met zijn thermische omgeving. Dit is het subjectieve gevoel van thermisch welzijn, zonder ongemak of het gevoel het te warm of te koud te hebben. Deze internationale normen richten zich op de fysieke factoren die van invloed zijn op het thermisch comfort:
- Lichamelijke activiteit
- De kleding van de bewoners
- De luchttemperatuur
- De gemiddelde stralingstemperatuur van de oppervlakken
- De luchtsnelheid
- De relatieve vochtigheid
Al deze parameters samen bepalen de warmtebalans van het menselijk lichaam. Daarom wordt in normen zoals NBN EN ISO 7730:2025 of NBN EN 16798-1:2019 aangeraden de omgevingsvariabelen binnen een marge te houden waar de meeste mensen een gevoel van thermisch welzijn ervaren. Omdat veel factoren het comfort beïnvloeden, kan de binnentemperatuur alleen geen betrouwbare indicator zijn. De meest voorkomende indicatoren zijn de volgende:
De operatieve temperatuur
Definitie
De norm NBN EN 16798-1:2019 definieert de operatieve temperatuur als "de uniforme temperatuur van een denkbeeldige zwarte ruimte waarin een gebruiker dezelfde hoeveelheid warmte zou uitwisselen door straling en convectie als in de reële, niet-uniforme omgeving"
Mathematisch is dit het gemiddelde van de gemiddelde stralingstemperatuur en de omgevingstemperatuur (droge temperatuur)
In de praktijk geven de normen NBN EN ISO 7726:2025 en NBN EN ISO 7243:2017 aan dat bij luchtsnelheden lager dan 20 cm/s, een aanname die vaak geldig is voor het interieur van een gebouw, de operatieve temperatuur correct kan worden geschat aan de hand van het gemiddelde van de luchttemperatuur en de gemiddelde temperatuur van de wanden.
Meting
De procedure wordt gedefinieerd door de norm NBN EN ISO 7726:2025. In de meest voorkomende gevallen, bij een luchtsnelheid < 20 cm/s:
- Plaats een luchtthermometer om de luchttemperatuur in de ruimte te meten.
- Plaats een zwartebolthermometer (Ø 150 mm, matzwart geverfd) om de gemiddelde stralingstemperatuur te bepalen.
- Bereken het gemiddelde van beide waarden volgens de bovenstaande formule
Indicatoren PMV/PPD
Definitie
De PMV (Predicted Mean Vote), gedefinieerd door de norm NBN EN ISO 7730:2025, schat de gemiddelde thermische gewaarwording van een grote groep mensen op een schaal met 7 punten, volgens de warmtebalans van het menselijk lichaam: de geproduceerde warmte is gelijk aan de warmte die het verliest aan de omgeving. De PMV kan worden berekend op basis van de fysieke factoren die van invloed zijn op het thermisch comfort, zoals hierboven beschreven, of kan worden gemeten.
De PPD (Predicted Percentage of Dissatisfied) hangt nauw samen met de PMV, en wordt gebruikt om te bepalen welk percentage mensen vermoedelijk ontevreden is met een bepaalde thermische omgeving. Zelfs als de PMV nul is (PMV = 0), zijn er nog steeds een aantal mensen voor wie het warm of koud voelt.
Maar let op: de PMV- en PPD-indices zijn ontwikkeld voor stationaire omstandigheden en geven dynamische omgevingen mogelijk niet perfect weer. In variabele omstandigheden in de zomer kunnen adaptieve comfortindicatoren (NBN EN 16798-1:2019) het comfort beter weergeven.
Klik hier om kennis te maken met de factoren die van invloed zijn op het comfort en de PMV en deze uit te testen:
Meting
Er bestaat geen norm voor de meting van de PMV ter plaatse. Bijgevolg dient men het meetprotocol voor de fysieke parameters van NBN EN ISO 7726:2025 te combineren met de berekening van de PMV/PPD van NBN EN ISO 7730:2025.
De WBGT-index (Wet Bulb Globe Temperature)
De WBGT (Wet Bulb Globe Temperature - natteboltemperatuur) wordt gedefinieerd door de norm NBN EN ISO 7243:2017. De WBGT-index (Wet Bulb Globe Temperature) combineert luchttemperatuur, vochtigheid, straling en luchtstroom. Qua meting definieert norm NBN EN ISO 7243:2017 de volgende procedure:
- Meet de omgeving: luchttemperatuur, zwarteboltemperatuur en natuurlijke vochtige temperatuur.
- Bereken de WBGT-index op basis van deze metingen.
- Doe een correctie voor de gedragen kleding (aangepaste kleding).
- Houd rekening met de activiteit (metabolismeniveau).
- Meet gedurende ongeveer 1 uur, op de meest kritieke tijd en plaats.
- Vergelijk met de referentiewaarden (afhankelijk van acclimatisatie en intensiteit van het werk) om het risico te beoordelen en zo nodig corrigerende maatregelen te nemen.