Menu

Aansluiting van het ETICS met een spouwmuur

Terug naar : bouwdetails

Afb. 83: Aansluiting van het ETICS met een spouwmuur.
A. Ondersteuning van de muurkap door middel van een console die ondersteund wordt door twee bevestigingen
B. Ondersteuning van de muurkap door middel van punctuele verstevigingshaken

1. Bepleistering (ETICS)
2. Isolatieplaat (ETICS)(dikte: disol ETICS)
3. Lijm (ETICS)
4. Startprofiel uit PVC
5. Zwelband
6. Console of haak
7. Tussengevoegde isolatie
(dikte: dinsulating part)
8. Muurkap met hiel
9. Waterkeringsmembraan
10. Thermische isolatie van de spouwmuur(dikte: disol spouwmuur)

TV 257 § 5.6 AANSLUITINGEN MET SPOUWMUREN

De gevelwerker start na de ruwbouwwerken en na de plaatsing van de muurkap, die achteraan is uitgerust met een opstand. De aansluitingen moeten ontworpen en uitgevoerd worden in overeenstemming met aanbevelingen die vergelijkbaar zijn met deze voor aansluiting aan de aanzet van de plint aan de muurvoet. Het is dus nodig om een goede aansluiting van de isolatielagen te verzekeren en elke waterinfiltratie of -stagnatie ter hoogte van de aansluiting te vermijden. Men moet er eveneens op toezien dat de zichtzijde van de bepleistering van het ETICS ongeveer 2 cm uitspringt ten opzichte van de opstand van de muurkap, om regenwater dat van de gevel afloopt, weg te leiden en de aansluiting met behulp van een startprofiel uit PVC en een zwelband te vergemakkelijken. Het startprofiel moet bovendien voorzien zijn van een efficiënte druiplijst (zie afbeeldingen 82 tot 84, p. 70 tot 71).

De overgang tussen de isolatie van het ETICS en de isolatie van de spouwmuur moet geïntegreerd worden als bouwknoop in overeenstemming met de EPB-regelgeving. De continuïteit van de isolatielagen wordt verzekerd met behulp van een tussengevoegde isolatie (basisregel nr. 2). Deze isolatie moeten bijgevolg gelijktijdig voldoen aan drie voorwaarden (zie Bijlage B, p. 123).

De bouwknoop is conform wanneer:
- de warmtegeleidbaarheid van de tussengevoegde isolatie (λinsulating part) vergelijkbaar is met deze van de isolatie van de spouwmuur en van de isolatie van het ETICS (λinsulating part < 0,2 W/m.K is niet voldoende beperkend). De benodigde dikte (dinsulating part) is niet alleen afhankelijk van de warmtegeleidbaarheid, maar ook van de warmteweerstanden van de isolatie van de spouwmuur en van de isolatie van het ETICS, behalve bij hogere isolatieniveaus, zijnde warmteweerstanden groter dan 4m².K/W (bv. isolatie met een λ-waarde van 0,04 W/m.K en een minimale dikte van 16 cm). In dit geval moet een isolerend deel met een λinsulating part-waarde van 0,05 W/m.K bijvoorbeeld, een dinsulating part-dikte hebben van minimaal 10 cm (dinsulating part > 2 λinsulating part)
- de doorsnede van de metalen bevestigingen doorheen de tussengevoegde isolatie niet groter is dan 1 cm² per strekkende meter (console of verstevigingshaak die ondersteund wordt door twee bevestigingen met een diameter van 0,5 cm om de 50 cm (zie afbeelding 83A, p. 70), of bijvoorbeeld punctuele verstevigingshaken met een doorsnede van 0,15 × 3 cm om de 50 cm (zie afbeelding 83B, p. 70)
- het contact tussen de tussengevoegde isolatie en de isolatie van de spouwmuur enerzijds, en het contact tussen de tussengevoegde isolatie en de isolatie van het ETICS anderzijds, verzekerd worden, en dit over minimaal de helft van de dikte van de tussengevoegde isolatie (er wordt geen rekening gehouden met het startprofiel uit PVC of met het membraan, zie § 3.6, p. 37).

Wanneer men een startprofiel gebruikt dat niet bevestigd is aan de ondergrond, moet de eventuele verlijming van het startprofiel op de onderzijde de isolatie van het ETICS uitgevoerd worden met aangepaste lijmrupsen (lijm met een lage warmtegeleidbaarheid, dus geen mortellijm).



Gerelateerde publicaties