Naar hoofdinhoud

Het WTCB werd Buildwise: lees er hier alles over.

Aansluiting van een dakschild op een gevelmuur uit metselwerk - Renovatiewerken met na-isolatie langs de binnenzijde. Gefaseerde uitvoering mogelijk.

Referentienummer:
1434
Publicatiedatum:
16-09-2022
Bouwelementen:
Draagstructuur:
Ontworpen i.k.v.:
Life IP Be Reel!

  • 1. Tengellat
  • 2. Onderdak
  • 3. Kepers
  • 4. Voorlaatste panlat
  • 5. Bakgoot op beplanking
  • 6. Voetlat (verhoogde panlat)
  • 7. Strook of kam
  • 8. Randlijst
  • 9. Beplanking op latten
  • 10. Gootbodem
  • 11. Buitenrandplank
  • 12. Gootklos
  • 13. Bestaande massieve muur
  • 14. Gording
  • 15. Beplanking
  • 16. Muurplaat
  • 17. Vloerbalk

Aandachtspunten

DIAGNOSE

Isolatie langs de buitenzijde verdient altijd de voorkeur. Indien deze oplossing niet toegepast kan worden en alvorens te overwegen om een buitenmuur langs de binnenzijde te isoleren, moet er nagegaan worden of de muur gezond is en of de werkzaamheden geen schadelijke gevolgen voor het gebouw zullen hebben. Daarom moet er een diagnose uitgevoerd worden om na te gaan:

- of de dakelementen die behouden blijven in goede staat verkeren (dakbedekking, onderdak, goten, daktimmerwerk ...) en hun functies kunnen blijven vervullen: weersbestendigheid (TV 240), afvoer van regenwater (TV 270), stabiliteit (TV 251) ...
- of de verschillende bronnen van vochttoevoer in de gevel beperkt zijn (opstijgend vocht, infiltratie, inwendige condensatie, blootstelling van de gevel aan neerslag ...)
- of de eigenschappen van de gevel en de samenstellende elementen toereikend zijn (vorstbestendigheid van de metselwerkelementen, dampdoorlatendheid van de buitenafwerking, vochtgevoeligheid van de in het metselwerk aanwezige elementen ...)

Voor meer informatie over de diagnose kunt u hier terecht.

ONTWERP

Risico op condensatie

- De continuïteit van de isolatie en de luchtdichtheid tussen het dak en de thermische isolatie van de muur moeten gewaarborgd worden. Daartoe is het noodzakelijk om de bestaande vloer te verwijderen (over een breedte die ten minste gelijk is aan de dikte van de isolatie langs de binnenzijde).
- Om het fenomeen van inwendige condensatie te voorkomen (en dus om het daktimmerwerk te beschermen), is het noodzakelijk om een dampscherm (19) aan te brengen. Meer informatie over de keuze van het dampscherm vindt u hier.
- Wanneer er ingewerkte vloerbalken aanwezig zijn, dan moet er bijzondere aandacht besteed worden aan de omtrek van de balken en aan de regenblootstelling van de muur waarin ze ingewerkt zijn (zie 'Stabiliteit' hieronder)
- Indien de continuïteit van de isolatie en het luchtscherm gewaarborgd is, met name ter plaatse van de details, en indien het binnenklimaat gezond is (goed geventileerd gebouw en beperkte dampproductie), dan is het risico op oppervlaktecondensatie voor dit detail verwaarloosbaar.
- De leidingspouw (21) kan opgevuld worden met een soepele isolatie, teneinde de dikte van het volledige isolatiesysteem (18) te beperken en/of de globale prestaties ervan te verbeteren. In dit geval moet de warmteweerstand van de voornaamste dakisolatie groter zijn dan of gelijk zijn aan 1,5 maal deze van de isolatie die zich bevindt tussen het dampscherm en de binnenafwerking.
- Indien het onderdak weinig dampdoorlaatbaar lijkt te zijn, dan gaat men ervan uit dat de dampdiffusieweerstand van het luchtscherm en het dampscherm minstens zes maal hoger moet zijn (en bij voorkeur vijftien maal hoger moet zijn) dan deze van het onderdak (zie TV 251).

Zomercomfort

Er zijn verschillende parameters die het zomercomfort beïnvloeden. Onder een hellend dak wordt het oververhittingsverschijnsel meer beïnvloed door de dikte van de isolatie en het gebruik van zonneweringen aan de buitenzijde van de beglazing of nachtventilatie dan door de aard van de isolatiematerialen (zie artikel Buildwise 2021/02.02).

Luchtdichtheid

- De ontwerper moet ervoor zorgen dat elke wand luchtdicht is (membraan, bepleistering ...). Deze verschillende elementen met een luchtschermfunctie zijn aangegeven in het bovenstaande schema en moeten meegedeeld worden aan de aannemer die de werkzaamheden uitvoert.
- Indien deze luchtschermfunctie verzekerd wordt door het dampscherm (19), dan moet de continuïteit van het luchtscherm gewaarborgd worden door het dampscherm van het dak te verbinden met het dampscherm van de gevel. Voor dit detail stellen wij voor om tussen elke vloerbalk een stijf element te plaatsen en deze isolatie zo nodig aan te vullen met een PU-schuim. Op deze manier kan het dampscherm aan weerszijden van de vloer met behulp van tape bevestigd worden op de stijve isolatie. Bovendien moeten de ingewerkte balken perfect omwikkeld worden om een goede luchtdichtheid te garanderen.
- Er moet in een voldoende grote leidingspouw (21) voorzien worden om de doorgang van kabels, leidingen en eventuele stekkerdozen te waarborgen. Rekening houdend met de diepte van de stekkerdozen, kan er een spouw van 60 mm noodzakelijk zijn.

Brandveiligheid

- Wanneer het dak doorboord wordt door een rookkanaal, dan moet de veiligheidsafstand ten opzichte van de brandbare materialen (OXX of GXX) in acht genomen worden (zie hiervoor de artikel Buildwise 2015/03.05). Deze beperking veroorzaakt vaak problemen voor de verbindingen tussen de buitenwand van het rookkanaal en de verschillende dakelementen. Waar mogelijk, raden wij aan om kanalen van het type O00 of G00 te gebruiken, waarvoor de veiligheidsafstand nul is. In dit geval kan er gebruikgemaakt worden van de conventionele oplossingen voor de aansluiting met het dampscherm/luchtscherm, de isolatie en het onderdak (zie TV 251). Ter plaatse van de doorboring kan men ook zijn toevlucht nemen tot speciale isolerende schalen. Om veiligheidsredenen moet het kanaal op de plaats van de doorvoer uit één stuk bestaan.
- Het Koninklijk Besluit van 7 juli 1994 (KB van 7/7/1994 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen en zijn wijzigingen) stelt eisen met betrekking tot de brandreactie en brandweerstand van daken. Momenteel gelden de voorschriften uit dit KB niet voor eengezinswoningen.

Akoestisch comfort

- Over het algemeen vermindert het gebruik van soepele, opencellige isolatiematerialen de luchtgeleuidstransmissie en verbetert zo de akoestische prestaties van het dak.
- Bij gebruik van stijve, geslotencellige isolatiematerialen kan er een akoestische verbetering bereikt worden door het aanbrengen van een geluidsabsorberende isolatie (minerale of plantaardige wol, cellulose ...) in de leidingspouw (21) en/of door het loskoppelen van de binnenafwerking van de constructieve elementen (zie de artikel Buildwise 2010/02.05).

Stabiliteit

Wanneer er ingewerkte vloerbalken aanwezig zijn, dan dient men ervoor te zorgen dat de werkzaamheden geen schadelijke gevolgen hebben voor het gebouw (rotten van de balken). Het is van cruciaal belang om de blootstelling van de muren waarin de balken ingewerkt zijn aan regen te beperken. Voor sommige configuraties zal er een hygrothermische studie noodzakelijk zijn.
Indien de vloerbalken evenwijdig lopen met de muren, dan kan het noodzakelijk zijn om de balk die het dichtst tegen de muur ligt te verplaatsen (met behulp van mechanische steunen) (balk 17 uit de bestaande situatie wordt verplaatst tot de positie van balk 22 uit de tussenfase) en dit, om de continuïteit van de isolatie en het luchtscherm veilig te stellen en tegelijkertijd de stabiliteit van de vloer te waarborgen.

UITVOERING

- De binnenisolatie mag nooit aangebracht worden tegen een muur die vochtig is. De eventuele vochtschade moet verholpen worden vooraleer de isolatie aangebracht wordt. Er moet bijzondere aandacht besteed worden aan muren die ingewerkte vloerbalken bevatten (zie punt 'Stabiliteit' hierboven).
- De zorg die besteed wordt aan de installatie van het dampscherm is uitermate belangrijk voor de duurzaamheid van het daktimmerwerk en de eventuele vloerbalken. De aansluitingen moeten verzorgd worden en perforaties van het membraan moeten vermeden worden. Er moet bijzondere aandacht besteed worden aan de omtrek van de balken. Indien er een doorboring noodzakelijk is, dan moet er in een aangepaste behandeling voorzien worden onder de vorm van een kleefband, moffen, een vloeibare afdichting ... (zie TV 255). De doorvoer van eventuele kabels dient bij voorkeur plaats te vinden via de leidingspouw (21).
- Ter hoogte van de gevel moeten alle delen van de bepleistering die niet aan de te isoleren muur hechten, verwijderd worden. De muur moet stabiel, gezond en proper zijn. Oude afwerkingen moeten verwijderd worden, vooral als ze vochtgevoelig zijn.
- Het binnenisolatiesysteem moet zodanig aangebracht worden dat er geen openingen tussen de muur en de isolatie aanwezig zijn. Elke luchtcirculatie op deze plaats zou immers nadelig zijn voor de warmteweerstand van het geheel.
- Ter hoogte van de dakranden, meer bepaald op het niveau van de muurplaat (16), moet de isolatie op ononderbroken wijze en dicht aangebracht worden om de vorming van luchtstromingen in de dakopbouw als gevolg van de invloed van de wind te voorkomen. Deze luchtstromingen kunnen immers een aanzienlijke negatieve invloed hebben op de thermische prestaties en het comfort aan de onderzijde van het dak.

FASERING

Als eerst het dak geïsoleerd wordt en pas in een latere fase overgegaan wordt tot de isolatie langs de binnenzijde van de muur:
- dan moet ervoor gezorgd worden dat de thermische isolatie van het dak in een later stadium aangesloten kan worden op de binnenisolatie van de gevel
- om dit te bereiken, stellen wij voor om vanaf deze eerste fase een stijf isolatie-element tussen elke vloerbalk te plaatsen en deze isolatie zo nodig aan te vullen met een PU-schuim. Het dampscherm van het dak kan dan met behulp van tape vastgemaakt worden aan de stijve isolatie. Bovendien moet het toegankelijke deel van de balken perfect omwikkeld worden om een goede luchtdichtheid te garanderen.
- om deze verbinding te kunnen maken, is het belangrijk dat de bestaande vloer tijdens de dakisolatiewerkzaamheden verwijderd wordt over een breedte die minstens gelijk is aan de dikte van de binnenisolatie (zie basissituatie en variante). Indien de vloer in deze eerste fase niet plaatselijk verwijderd wordt, dan kan de continuïteit van de luchtdichtheid tijdens de isolatie van de gevel niet gewaarborgd worden. De continuïteit van het luchtscherm is een cruciaal gegeven voor de duurzaamheid van de balken.

Als eerst de muur geïsoleerd wordt en pas in een latere fase overgegaan wordt tot de isolatie van het dak:
- dan moet ervoor gezorgd worden dat de thermische isolatie van de gevel in een later stadium aangesloten kan worden op de dakisolatie
- merk op dat het in het algemeen, op het vlak van energiebesparing en ter voorkoming van vochtproblemen, voordeliger is om eerst het dak te isoleren en pas later de gevels.

REFERENTIES

- Energetische renovatie van hellende daken. (artikel Buildwise 2016/01.04)
- Isolatie langs de binnenzijde van bestaande muren: diagnose. (artikel Buildwise 2012/04.16)
- Isolatie langs de binnenzijde van bestaande muren: systemen en dimensionering. (artikel Buildwise 2013/02.04)
- Isolatie langs de binnenzijde van bestaande muren: detaillering. (artikel Buildwise 2017/03.12)
- Speciale uitgave - Het bouwdetail: een ware eisenbundel (Buildwise Magazine nr. 45)
- Buildwise-website: '5 video's om uw kennis over binnenisolatie te verbeteren'

1434_JPG1_20220916.jpg
1434_JPG2_20220916.jpg


Gerelateerde publicaties