Menu

Metalen dorpel - Fiche 2: Plaatsing met behulp van een prekader (stelkader)

Referentiedetails voor houten vensters in wanden, voorzien van een ETICS - Plaatsingssituatie D: excentrische plaatsing van het vensterkader ten opzichte van de draagmuur (in opbouw)

Terug naar : bouwdetails

Bevestiging met behulp van doken

LEGENDE

  1. Isolatie van het ETICS

  2. Prekader (stelkader)

  3. Waterscherm van de vensteraansluiting (optioneel)

  4. Afdichtingsband (zwelband)

  5. Metalen dorpel

  6. PUR-schuim

  7. Gevelkit (soepele voeg) of specifiek profiel

  8. Bepleistering

  9. Dook

  10. Luchtdichtheidsfolie

  11. Overpleisterbare afwerkingsplaat

  12. Stopprofiel

  13. Kozijnschroef

  14. Steunblokje

Variant: bevestiging met behulp van kozijnschroeven

LEGENDE

  1. Isolatie van het ETICS

  2. Prekader (stelkader)

  3. Waterscherm van de vensteraansluiting (optioneel)

  4. Afdichtingsband (zwelband)

  5. Metalen dorpel

  6. PUR-schuim

  7. Gevelkit (soepele voeg) of specifiek profiel

  8. Bepleistering

  9. Dook

  10. Luchtdichtheidsfolie

  11. Overpleisterbare afwerkingsplaat

  12. Stopprofiel

  13. Kozijnschroef

  14. Steunblokje

Aandachtspunten

1) Waterdichtheid

  • Waterscherm van de vensteraansluiting (optioneel) (nr. 3): het achteraf aangebrachte ETICS verzekert in principe de slagregendichtheid van de vensteraansluiting. De plaatsing van een waterscherm rondom de vensteraansluiting zorgt echter voor een (optionele) bijkomende en/of tijdelijke bescherming tegen waterinfiltraties in de vensteraansluiting. Een waterscherm is geschikt als het ten minste voldoet aan de eisen uit de norm NBN EN 14909 [B10] (bv. EPDM of slagregendichte folies) (zie TV 283 [B5], § 6.8). Er moet echter aandacht besteed worden aan het infiltratierisico ter hoogte van de aansluitingen dorpel-schrijnwerk-ETICS. In bepaalde gevallen zullen er specifieke voorzieningen noodzakelijk zijn [L1].

Bij de keuze van de lijm of zelfklevende strip ter bevestiging van het waterscherm op een bepaalde ondergrond dienen de voorschriften van de fabrikant opgevolgd te worden om een toereikende en duurzame hechting te garanderen. Het aanbrengen van een waterscherm aan de buitenzijde van de vensteraansluiting kan de verlijmde plaatsing van het ETICS in de betrokken zone ongeschikt maken (naar gelang van de aard van het materiaal van de folie en de lengte van de bedekte muur). Bij twijfel moet men voor de plaatsing van het ETICS in de betrokken zone in mechanische bevestigingen voorzien (zie TV 257 [B1], § 5.2.1).

  • Metalen dorpel (nr.5): de metalen dorpel en de aansluitingen met de kopschotten (de opstanden) moeten waterdicht zijn (zie TV 283 [B5]). Dit geldt evenzeer voor de aansluiting tussen de metalen dorpel en het vensterkader en voor de aansluitingen tussen de kopschotten en het vensterkader [L1]. Indien de dorpel en zijn aansluitingen met het schrijnwerk waterdicht zijn, dan is er geen bijkomend afdichtingssysteem onder de dorpel vereist. Het is in voorkomend geval wel noodzakelijk dat de aansluiting tussen de zijdelingse opstanden en de achterste opstand van de dorpel (hiel) volledig waterdicht is. Men zou de voorkeur moeten geven aan dorpels met afneembare eindkappen, die het verschuiven van de dorpel mogelijk maken (thermische vervorming) en voorzien zijn van waterdichte pads waarvan de doeltreffendheid bewezen is.

Bij metalen dorpels is het vanaf bepaalde dorpelafmetingen aanbevolen om in metaaldorpelsteunen te voorzien. Tabel 1 bevat enkele vuistregels met betrekking tot het aantal aan te brengen exemplaren.

Afb. 1 Breedte a van een metalen dorpel.

LEGENDE

1. Metaaldorpelsteun

a = breedte van de metalen dorpel

2) Luchtdichtheid

  • Prekader of stelkader (nr. 2): het prekader wordt eerst in de dragende muurconstructie verankerd. Het houten venster wordt achteraf in het prekader geplaatst. Het prekader kan opgebouwd zijn uit PUR-hardschuim, XPS, EPS, een plaatmateriaal op basis van een houtachtig materiaal of massief houten stijlen en regels (zie TV 283 [B5], § 6.5.2).

Platen geschikt voor de constructie van luchtdichte prekaders beschikken over een luchtdoorlatendheid bij een drukverschil van 50 Pa die lager blijft dan 0,1 m³/(h.m²) (zie TV 255 [B4], § 5.1.3).

Indien het prekader opgebouwd is uit massief houten regels en stijlen, dan moeten de massief houten bovenregel en de stijlen van het prekader minimaal tot de natuurlijke duurzaamheidsklasse 3 behoren (NBN EN 350-2 [B7]). Voor de massief houten onderregel moet men hout met een natuurlijke duurzaamheidsklasse van minimum 1 of 2 gebruiken ofwel verduurzaamd hout met een gelijkwaardige duurzaamheid.

In dit detail is het venster met behulp van doken (nr. 9) in de draagmuur verankerd. Het kan echter ook met behulp van kozijnschroeven in het prekader (nr. 13) bevestigd worden.

  • Luchtdichtheidsfolie (nr. 10): een folie is geschikt wanneer hij ten minste behoort tot het type B conform de norm NBN EN 13984 [B9] (zie TV 283 [B5], § 6.8). Wanneer de folie bevestigd wordt met zelfklevende strips of met behulp van lijm op een bepaalde ondergrond, dan moet men de voorschriften van de fabrikant opvolgen om een toereikende en duurzame hechting te garanderen. De folie kan eveneens vloeibaar aangebracht worden in overeenstemming met de voorschriften van de fabrikant.

Indien het moeilijk blijkt om de continuïteit van de luchtdichtheid tussen de binnenbepleistering en het schrijnwerk tot stand te brengen met behulp van een luchtdichtheidsfolie (bv. ter hoogte van de hoeken), dan kan men een beroep doen op een alternatieve oplossing. We verwijzen hiervoor naar de TV 284 [B2] (§ 5.3.3 en tabel 5.2).

3) Akoestiek

Een luchtdichte aansluiting van de binnen- en buitenafwerking op het vensterkader is vanuit een akoestisch oogpunt een vereiste om in de buitenlawaaiklassen 1 tot 3 in aanmerking te komen voor het bereiken van de minimale prestatie-eis (klasse C volgens de norm NBN S 01-400-1 [B11]).

Deze vensteraansluiting kan eveneens aan de minimale akoestische prestatie-eis voor de buitenlawaaiklasse 4 voldoen op voorwaarde dat de montagespeling tussen het vensterkader en het prekader beperkt blijft tot 1 cm en opgespoten wordt met montageschuim (afdichtingsbanden zijn zowel vanuit een praktisch als een akoestisch oogpunt afgeraden).

Indien het venster in het prekader geplaatst werd met behulp van doken, dan dient men de binnendagkantafwerking in de buitenlawaaiklasse 4 uit te voeren met overpleisterbare afwerkingsplaten [LD3.1](nr. 11) (zie ook § 1.2 van deze TV).

4) Thermische prestaties (EPB-aanvaarbare bouwknoop)

Deze aansluiting voldoet aan de eisen die beschreven staan in § 1.3 van deze TV (basisregel 2 voor EPB-aanvaarbare bouwknopen).



Gerelateerde publicaties