Prestaties van de gebouwmantel

Thermische schil van gebouwen

De thermische en energieprestaties van de gebouwmantel en zijn componenten vallen onder CEN/TC88 en CEN/TC89 op Europees niveau en door de ISO/TC 163 op internationaal niveau. Deze normcommissies behandelen een brede waaier aan normen met betrekking tot:

  • de thermische isolatie van de gebouwmantel (muren, daken, vloeren, ramen, gevels enz.); 
  • de meting van de prestaties (zowel in het laboratorium als ter plaatse); 
  • de warmte- en vochtoverdracht in de wanden.

Thermische en energieprestaties

Thermische isolatie

Thermische isolatiematerialen

De materialen vallen onder de normen van CEN/TC88. Deze omvatten met name:  

  • de normenreeks EN13162 tot EN 13171 voor industriële producten zoals minerale wol (MW), geëxpandeerd polystyreen (EPS), PU-platen, cellulair glas (CG), houtvezel (WF) enz. 
  • de normen voor materialen die ter plaatse worden toegepast, zoals gespoten PU (EN 14315-1 & -2) of geïnjecteerd PU (EN 14318-1 & -2), isolatiematerialen op basis van cellulose (EN 15101-1 & -2), isolatiematerialen op basis van minerale wol (EN 14064-1 & -2) enz. 

Deze normen beschrijven alle nuttige prestaties voor deze isolatiematerialen en hoe ze moeten worden gemeten en opgegeven. Wanneer deze normen erkend zijn als geharmoniseerde technische specificaties, dienen ze als basis voor de CE-markering van de producten. Meer informatie over de markering van isolatiematerialen en de opgave van hun thermische prestaties vind je in het volgende Buildwise-artikel

Warmtegeleidbaarheid en markering van isolatiematerialen

Thermische isolatieprestaties van de elementen van de gebouwmantel (muren, dak, ramen enz.) 

Op basis van de materiaaleigenschappen kunnen de warmteweerstand (R-waarde) en/of de warmtedoorgangscoëfficiënt (U-waarde) van de elementen worden berekend met de aangewezen norm: 

Om de beoordeling van de Uw-waarde van ramen te vergemakkelijken, heeft Buildwise de tool Uw4wood ontwikkeld. Over het algemeen zijn de standaard U-waarden te vinden in de Catalogus van indicatieve U-waarden voor een aantal gangbare wanden.
 
De koudebruggen tot slot kunnen worden beoordeeld door de conventies van de rekennorm EN ISO 10211 te volgen of met behulp van de standaardwaarden van EN ISO 14683.

Meting van de prestaties

Dit deel behandelt de beproevings- en meetmethoden die worden gebruikt om de werkelijke thermische prestaties van materialen, componenten en gebouwen te verifiëren.

De warmtegeleidbaarheid en warmteweerstand van isolatiematerialen kunnen worden gemeten volgens de methoden van de normen EN 12667, EN 12664 en EN 12939. De gemeten waarden worden als invoergegevens gebruikt voor de prestatieverklaring, overeenkomstig de productnormen of de gewestelijke voorschriften (zoals de EPB-reglementering). 

Metingen van de thermische isolatieprestaties van de wanden of andere componenten van de gebouwmantel kunnen rechtstreeks worden gemeten volgens de norm EN ISO 8990 (beproeving met de afgeschermde warmtekastproeven), of meer bepaald de norm EN 1934 voor metselwerk en de normen EN ISO 12567-1 & -2 voor complete ramen of deuren.

Infraroodthermografie is een in situ diagnosehulpmiddel: opsporen van isolatiefouten, luchtinfiltratie en bepaalde vochtproblemen, maar ook luchtdoorlatendheidsmetingen en hygrothermische berekeningen. Deze beoordelingen via infraroodthermografie volgen met name de volgende normen: 

  • EN ISO 6781-1: detectie van onregelmatigheden in warmte, lucht en vocht in gebouwen – algemene procedures; 
  • EN ISO 6781-3: kwalificaties van de exploitanten van de apparatuur, gegevensanalisten en schrijvers van verslagen inzake infraroodthermografie toegepast op gebouwen.

De luchtdichtheid van gebouwen, een cruciale eigenschap om een goede energie-efficiëntie te halen, wordt gemeten volgens EN ISO 9972 (overdruk-/onderdrukproef). In België wordt deze norm aangevuld met nationale documenten (STS en gidsen) voor de voorbereiding van het gebouw, de presentatie van de resultaten en de interpretatie: Technische specificaties STS-P 71-3.  Verschillende aspecten van de norm ISO 9972 worden in detail behandeld in de publicaties hieronder. Het meten van de luchtdoorlatendheid van gebouwelementen (aansluitingen, gevelelementen enz.) wordt beschreven in de norm EN 12114

Thermische isolatie van wanden

De belangrijkste normen voor de berekening van de warmtedoorgangscoëfficiënten van wanden (U-waarden) zijn de volgende:

Opmerking: in 2024 werd de norm NBN B 62-002 (2008) vervangen door de Belgische bijlagen bij de normen NBN EN ISO 10456, NBN EN ISO 6946, NBN EN ISO 10077-1, NBN EN 1745 en NBN EN 13789. 

Download: Catalogus van indicatieve U-waarden voor een aantal gangbare wanden

Vochtigheid

In deze thematiek komen de normen samen die te maken hebben met de invloed van vocht (vloeibaar water en damp) op materialen en wanden, evenals berekeningsmethoden voor gekoppelde warmte- en vochtoverdracht. Het rekening houden met de invloed van vocht op de thermische prestaties van materialen wordt beschreven in EN ISO 10456. Condensatie, zowel oppervlakkig als inwendig, is een terugkerend fenomeen in gebouwen en verantwoordelijk voor talloze pathologieën. Voor een snelle controle van het condensatierisico, de vereenvoudigde berekeningsmethoden van de norm EN ISO 13788

Tot slot kunnen voor een gedetailleerde rekenkundige beoordeling van de gecombineerde warmte- en vochtoverdracht in bouwelementen de methoden van de norm EN 15026 worden gevolgd. Deze norm is handig om vochtgevoelige wanden (oude gebouwen, materialen van biologische oorsprong, innovatieve oplossingen), of zware blootstellingsomstandigheden te onderzoeken. Voor de methoden van deze norm moeten de hygrothermische eigenschappen van de materialen en de klimaatgegevens bekend zijn, met name: 

  • de hygroscopische absorptie, gemeten volgens de norm EN ISO 12571
  • de waterdampdoorlatendheid, gemeten volgens de norm EN ISO 12572
  • de capillaire absorptie, gemeten volgens de norm EN ISO 15148
  • de klimatologische gegevens, beoordeeld aan de hand van de normenreeks EN ISO 15927-1 tot -6.

Hulp nodig?