Aansluiting terras/dorpel met een beperkte opstandhoogte en na-isolatie bij renovatie. Plastomere afdichting

Terug naar : bouwdetails
Referentienummer:
1109
Publicatiedatum:
Bouwelementen:
Bron:

TV__244__Fiche 042-3-0


De detailleringen in deze Technische Voorlichting zijn geldig voor de binnenklimaatklassen I tot en met III. Voor de binnenklimaatklasse IV is er doorgaans een bijkomende studie vereist, teneinde na te gaan of er geen inwendige condensatieproblemen kunnen ontstaan. Dit is voornamelijk het geval wanneer er, zoal hier, gebruikgemaakt wordt van een thermische onderbreking of isolerend metselwerk in de dakopstand.

Dit detail kan worden toegepast wanneer een nuttige opstandhoogte van 150 mm niet haalbaar is, omwille van de isolatiedikten bij renovatie.
Men dient zich desgevallend terdege bewust te zijn van de risico's voor waterinfiltraties via deuren, schuiframen of deurvensters.
Om deze risico's zoveel als mogelijk te beperken, dient men enerzijds de dimensionering van de waterafvoer van het dak hierop af te stemmen (beperkte waterhoogte toelaten op het dak, zie TV 244, hoofdstuk 3) en zo nodig bijkomende waterafvoeren en spuwers te voorzien.
Anderzijds moeten deze waterafvoeren en overlopen alsook de goot voor de toegangsdeur maandelijks op verstoppingen worden gecontroleerd.
Vanaf de opvatting dient de nodige aandacht te worden geschonken aan de waterafvoer van de goot zelf.

Het membraan onder de dorpel wordt uitgevoerd door de afdichter en is waterdicht verenigbaar met de dakafdichting.
De dorpel zal bijgevolg moeten weggenomen om de dakafdichting te kunnen plaatsen. We willen erop bovendien wijzen dat er aan de achterzijde van de ruwbouw een ononderbroken steun (binnenmetselwerk of een stalen hoekijzer) voorzien moet worden om de correcte uitvoering van de dakafdichting onder de dorpel mogelijk te maken.

Voor de afwerking van de aansluiting van de plastomere afdichting met de wanden aangrenzend aan de dorpels verwijzen we naar de uitvoeringsdetails in fiche 52.3 (metselwerk) en 54.3 (beton) en om de continuïteit van het spouwmembraan aangrenzend aan de dorpels te garanderen, verwijzen we naar de fiche nr. 20.

De noodzaak van een kimfixatie bij plastomere afdichtingen is afhankelijk van de plaatsingswijze van de afdichting, de afwerking van de dakopstanden en het feit of de afdichting al dan niet gewapend is. Dit wordt uitgebreid behandeld in TV 244, hoofdstuk 5 "Opstanden".

Voor bepaalde soorten plastomeren is een scheidingslaag vereist tussen de afdichting en een niet-gecacheerde EPS- of PUR-dakisolatie teneinde een migratie van weekmakers uit de dakafdichting te vermijden (zie technische specificaties van de fabrikanten).
Als de dakopstand een ruwe ondergrond heeft, dient een scheidingslaag (niet-geweven polyester) voorzien te worden.


Gerelateerde publicaties