Menu

Sarkingdak: dakrand tegen een opgaande massieve muur

Terug naar : bouwdetails
Referentienummer:
1580
Publicatiedatum:
19-09-2025
Bouwelementen:
Bron:

Fiche 2.4


Afb. 1 Normale uitvoering: dakrand tegen een opgaande muur (geen buitengevelisolatie voorzien).

Legende:

1. Lucht- en dampscherm
2. Bestaande kepers
3. Bestaande gording
4. Isolatieschuim
5. Slab en loket
6. Onderdak
Afb. 2 Variante: verbeterde uitvoering van een dakrand tegen een opgaande muur (vermindering van de koudebrug en mogelijkheid tot aansluiting op een buitengevelisolatie).

Legende:

1. Lucht- en dampscherm
2. Bestaande kepers
3. Bestaande gording
4. Isolatieschuim
5. Slab en loket
6. Onderdak
7. Toegevoegde keper (indien nodig)   
8. Vochtbestendig isolatiemateriaal
Deze fiche gaat dieper in op de uitvoering van de dakrand van een sarkingdak tegen een opgaande massieve muur.
Afbeelding 1 toont een de uitvoering van een dakrand tegen een opgaande (gewoonlijk gemene) muur, die niet geïsoleerd zal worden. Dit detail stelt de standaarduitvoering voor, wanneer er geen specifieke voorschriften gelden.

Afbeelding 2 stelt een 'verbeterde' uitvoering van een dakrand tegen een opgaande muur voor, die toelaat om:
- de koudebrug te verminderen 
- de performante aansluiting op een latere buitengevelisolatie te vergemakkelijken. 

Indien men overweegt om de muur in een later stadium van een buitenisolatie te voorzien, dan dient men er de aanbevelingen uit fiche 2.5 op na te slaan.

Renovatiestrategie en uitvoering

Fase 1: demontage van de bestaande dakbedekking tot op de bestaande keper 

De eventueel aanwezige isolatie tussen de kepers kan behouden blijven voor zover de isolatie die erboven aangebracht zal worden toereikend is. In het geval van een sarkingdak dat voorzien is van een isolatie uit polyisocyanuraat (PIR), zal aan dit criterium voldaan zijn wanneer de dikte van de toegevoegde isolatie minstens gelijk is aan de dikte van de reeds aanwezige isolatie (zie § 3.5.1 van de TV 294).

Fase 2: voorbereiding

Om te vermijden dat er na de isolatie van het dak een koudebrug zou ontstaan ter hoogte van de gevel, kan er een isolerend schuim geïnjecteerd worden tussen de muur en de eerste keper teneinde de lengte van de weg van de minste warmteweerstand te verhogen.

Om de variante (voorgesteld in afbeelding 2) te kunnen uitvoeren, moet er in deze fase een bijkomende keper (nr. 7 op afbeelding 2) toegevoegd worden teneinde de bevestiging van de laatste tengellat mogelijk te maken. Deze keper moet van de gevel verwijderd zijn over een afstand die overeenstemt met de breedte van het vochtbestendige isolatiemateriaal dat aangebracht is onder de slab (nr. 8 op afbeelding 2), met een minimum van 10 cm. Het isoleren van de gevel impliceert immers dat de eerste tengellat verschoven wordt om te vermijden dat er op dit punt een koudebrug zou ontstaan. Aangezien de tengellatten in de kepers bevestigd moeten worden, moet er een nieuwe keper toegevoegd worden en dit, verticaal ten opzichte van de eindpositie van de tengellat.

Fase 3: plaatsing van het lucht- en dampscherm (en van het voorlopige waterdichtingsmembraan)

Het lucht- en dampscherm wordt over het dak uitgerold en vervolgens doorgetrokken tot op de gevel en luchtdicht bevestigd. De bevestiging kan bijvoorbeeld gebeuren met behulp van:
- een specifieke aansluitingsstrook (slab) die vooraf ingebed wordt in de op de muurkop aangebrachte pleisterlaag (indien de muurkop onregelmatig is of in slechte staat verkeert)
- een tape of een luchtdichtingskit indien de ondergrond voldoende droog is.

Fase 4: plaatsing van de isolatie en de dakbedekking

De plaatsing van de isolatie en de dakbedekking moet vervolgens gebeuren overeenkomstig de voorschriften van de fabrikanten van de gebruikte producten en volgens de TV 240 (dakpannen), TV 195 (leien) of TV 266 (metalen dakbedekkingen).

Er kan een vochtbestendig isolatiemateriaal aangebracht worden in de dikte van het latwerk en de dakbedekking (nr. 8 op afbeelding 2) om de lengte van de weg van de minste warmteweerstand te verhogen en aldus de koudebrug te beperken (zie afbeeldingen 3 en 4). Indien men overweegt om de gevel van een buitenisolatie te voorzien (zie fiche 2.5), dan is de plaatsing van het voormelde vochtbestendige isolatiemateriaal noodzakelijk opdat de gevelwerker de continuïteit van de thermische isolatie zou kunnen verzekeren.

Fase 5: eventuele binnenisolatie van de gevel (niet voorgesteld)

Indien de massieve muur onder het dak in een later stadium gedeeltelijk of volledig geïsoleerd zal worden, dan dient men idealiter in een luchtdichte aansluiting tussen de isolatie van de gevel en de eerste keper te voorzien (zie bv. de aansluiting die voorgesteld is in fiche 2.1).

Door het verzekeren van een weg van de minste warmteweerstand van 1 m zal het mogelijk zijn om te voldoen aan de regels voor nieuwe gebouwen of doorgedreven renovaties (regels voor EPB-aanvaarde bouwknopen), voor zover de aangrenzende ruimte verwarmd is. Om aan deze regel te kunnen voldoen, moet er een strook isolatiemateriaal van ongeveer 80 cm aangebracht worden op de massieve muur onder het dak (zie afbeelding 5).

Specifieke prestatiecriteria voor het detail

Voor meer informatie over de berekening van de lineaire warmtedoorgangscoëfficiënten van de details die voorgesteld zijn in deze fiche, verwijzen we naar de bijlage van TV 294 (p. 26). In deze bijlage is er ook een bijkomende variante met een isolatie tussen de kepers opgenomen. 

De voorgestelde varianten laten toe om de energieverliezen ter hoogte van de aansluiting tussen het dak en de gevel met een factor 2,7 tot 2,75 te verminderen.

Fig. 3 Simulation du détail 1 (de gauche à droite : rive en butée par défaut, variante 1, variante 2) [extrait de l’annexe de la NIT 294].
Afb. 3 Simulatie van het detail 1 (van links naar rechts: dakrand tegen een opgaande muur (aanvangssituatie) - variante 1 - variante 2) (onttrokken uit de bijlage van TV 294).
Fig. 4 Champs de températures dans les différents détails (de gauche à droite : rive en butée par défaut, variante 1, variante 2) [extrait de l’annexe de la NIT 294].
Afb. 4 Temperatuurvelden in de verschillende details (van links naar rechts: dakrand tegen een opgaande muur (aanvangssituatie) - variante 1 - variante 2) (onttrokken uit de bijlage van TV 294).


Gerelateerde publicaties