Sarkingdak: bovenrand tegen een opgaande langs buiten geïsoleerde muur

Terug naar : bouwdetails
Referentienummer:
1584
Publicatiedatum:
19-09-2025
Bouwelementen:
Bron:

Fiche 2.8


Afb. 1 Aansluiting tussen een sarkingdak en een spouwmuur.

Legende:

1. Lucht- en dampscherm
2. Bestaande keper
3. Opvulling met een soepel of geïnjecteerd isolatiemateriaal
4. Slab
5. Bestaande open stootvoeg
6. Bestaand spouwmembraan
7. ETICS
8. Bestaande gevelsteen
Deze fiche illustreert de aansluiting tussen de bovenrand van een sarkingdak en een spouwmuur. In het geval van een massieve muur kan de isolatiedikte van het sarkingdak behouden worden en kan de slab hoger geplaatst worden (met een inslijping) dan in de bestaande situatie.

Afbeelding 1 toont een bovenrand van een sarkingdak tegen een opgaande spouwmuur die voorzien is van een buitenisolatie. Het geval waarbij de muur niet langs buiten geïsoleerd wordt, komt aan bod in fiche 2.7.

Het bijzondere aan dit detail is dat zolang het buitenspouwblad van de spouwmuur niet waterdicht gemaakt is, de spouw steeds gedraineerd moet worden via de bestaande open stootvoegen. Dit betekent dat er een bouwfase ingepland moet worden waarin de gevelwerker direct aan de slag gaat na de tussenkomst van de dakdekker die de spouwdrainering afgesloten heeft met het sarkingdak. Een alternatief bestaat erin om het buitenspouwblad voorlopig af te dichten, bijvoorbeeld met behulp van een waterwerend product (zie TV 224 ‘Waterwerende oppervlaktebehandeling’). Deze opmerking is vooral van belang voor gevels met een sterke blootstelling aan slagregen (d.w.z. met een zuidelijke tot westelijke oriëntatie).

Renovatiestrategie en uitvoering
 
Fase 1: demontage van de bestaande dakbedekking tot op de bestaande keper

De eventueel aanwezige isolatie tussen de kepers kan behouden blijven voor zover de isolatie die erboven aangebracht zal worden toereikend is. In het geval van een isolatie uit polyisocyanuraat (PIR), zal aan dit criterium voldaan zijn wanneer de dikte van de toegevoegde isolatie minstens gelijk is aan de dikte van de reeds aanwezige isolatie (zie § 3.5.1 van de TV 294).

Fase 2: plaatsing van het lucht- en dampscherm (en van het voorlopige waterdichtingsmembraan)

Het lucht- en dampscherm wordt over het dak uitgerold, aangesloten op de gevel, luchtdicht bevestigd en vervolgens opgetrokken over een hoogte die overeenstemt met de dikte van de voorziene thermische isolatie. 

Fase 3: plaatsing van de isolatie en de dakbedekking

De plaatsing van de isolatie gebeurt in twee stappen:
1) het plaatsen en schuin afsnijden van de sarkingisolatie
2) het opvullen van de ruimte tussen de kepers (nr. 4 op afbeelding 1) met een soepel of geïnjecteerd isolatiemateriaal aan de kop van het dakschild.

De plaatsing van de dakbedekking moet vervolgens gebeuren overeenkomstig de voorschriften van de fabrikanten van de gebruikte producten en volgens de TV 240 (dakpannen), TV 195 (leien) of TV 266 (metalen dakbedekkingen).


Gerelateerde bouwdetails

Gerelateerde publicaties