1. Pleisterlaag
2. Draagvloer (beton)
3. Dampscherm
4. Thermische isolatie
5. Dakafdichting
6. Beschermlaag
7. Waterretentiesysteem
8. Filterdoek
9. Substraat (≥ 8 cm)
10. Vegetatie (sedum)
11. Metalen hoekprofiel (verloren bekisting)
12. Wortelwerende folie
13. Parkeerdak (rijlaag uit ter plaatse gestort beton met eventuele afwerkingslaag)
Dit detail toont de aansluiting tussen een groendak en een rood dak (gebruiksdak), beide geplaatst op een waterretentielaag. Deze situatie komt voor op zogenaamde klimaatdaken. In dit detail gaan we dieper in op een opbouw met een extensief groendak (substraatdikte 8 cm) en een relatief dun parkeerdak. Andere varianten vind je terug in de Bouwdetailfiches 1598 en 1599.
Deze fiche geeft mogelijke opbouwen weer. Er bestaan tal van alternatieven. De synthese van de voornaamste aandachtspunten hieronder biedt een leidraad voor de uitwerking van varianten en projectspecifieke bouwdetails.
Voor praktische checklists verwijzen we naar Buildwise-artikel 2026/01.06
Plat dak met waterretentie
Het platte dak is opgevat als een retentiedak met nulhelling. Er is dus geen hellingslaag.
De retentielaag loopt door onder het groendak en het rode dak. Zo wordt de bergings- en/of buffercapaciteit van het platte dak optimaal benut voor de vegetatie.
Het gaat om een warm dak, zoals vereist is voor retentiedaken (zie Buildwise-artikel 2019/06.04).
De plaatsing van de dakafdichting, het dampscherm en de isolatie voldoet aan de voorschriften van Technische Voorlichting (TV) 280.
De dakafdichting moet geschikt zijn voor toepassing in een retentiedak (zie Buildwise-artikel 2019/06.04).
In de voorgestelde situatie kan je voor de isolatielaag kiezen uit verschillende types isolatiematerialen. Een belangrijk keuzecriterium is dat de druksterkte voldoende moet zijn om het gewicht en de gebruiksbelasting van de bovenliggende constructie te kunnen opvangen (zie TV 280 en Buildwise-artikel 2023/05.07).
Bij klimaatdaken streef je best naar een hoge graad van circulariteit, rekening houdend met de gewenste vochtbeheersing. Buildwise-artikel 2025/05.05 helpt je om beide aspecten tegen elkaar af te wegen en de bevestigingswijze van de dakopbouw te kiezen.
Het retentiesysteem (vaak kunststof kratten) voorkomt beschadiging aan de dakafdichting tijdens de plaatsing of het gebruik (bv. spadesteek tijdens onderhoudswerken aan het groendak). Om te vermijden dat de retentiekratten in de dichtingslaag drukken, breng je onder dit systeem een beschermlaag aan. Je kan hiervoor gebruikmaken van een beschermdoek van minimum 500 g/m² en bij voorkeur 900 g/m².
Aan de bovenzijde van het retentiesysteem plaats je een filterdoek. Onder een groendak is dat een capillair vlies. Bij een rood dak is geen capillair doek nodig en opteer je best voor een steviger filtervlies, omdat dat beter geschikt is om bijvoorbeeld de puntbelasting van tegeldragers te weerstaan. Het capillair vlies is niet wortelwerend. Breng daarom aan de aansluiting van het groendak met het rode dak een strook wortelwerende folie aan tegen het keerelement (zie verder) om de kans op worteldoorgroei te verkleinen.
In de voorgestelde situatie is het aangeraden om de dakopbouw te compartimenteren (zie TV 280 en Buildwise-artikel 2025/05.06).
Groendak
Dit detail behandelt een extensief groendak met een 8 cm dik substraat. Andere opbouwen zijn uiteraard ook mogelijk. Buildwise-artikel 2025/05.06 stelt enkele alternatieven voor (bv. een dak met een 10 cm dik substraat) en geeft toelichting bij de samenstellende lagen.
Vooral bij relatief dunne substraten is een onderliggende waterretentielaag nuttig om lange periodes zonder neerslag te kunnen overbruggen.
Een capillair systeem brengt het water uit het retentiedak dan naar de vegetatie. Het filterdoek in de zone onder het groendak en de verbinding met de waterlaag in de retentielaag moeten capillair zijn.
Rood dak (gebruiksdak)
Afhankelijk van het ontwerp kan de verharding al dan niet waterdoorlatend zijn. De voorkeur gaat in principe uit naar een waterdoorlatende opbouw. Een niet-waterdoorlatende opbouw kan je over een beperkte breedte toepassen (bv. een rijstrook op een parkeerdak). Soms is de gekozen vloerafwerking niet waterdoorlatend (bv. een betonvloer). Dan kan neerslag naar het naastgelegen groendak afwateren. In dat geval moet je een helling aanbrengen in de richting van het groendak (2 %) en moet je in de detaillering van de aansluiting rekening houden met aflopend water. Dat wil zeggen dat je geen opstand voorziet en dat de bovenzijde van het substraat enkele centimeter lager moet liggen dan het niveau van de verharding (zie afbeelding).
In dit voorbeeld kozen we voor een parkeerdak met een rijlaag uit ter plaatse gestort beton met eventuele afwerkingslaag. Aangezien dit type rijlaag doorgaans iets dikker is dan het substraat van 8 cm, sluit deze gemakkelijk aan op het extensieve groendak.
Voor meer gedetailleerde specificaties over deze opbouw verwijzen we naar TV 253 over parkeerdaken (§ 4.7.3.2, p. 90).
Aansluiting tussen het groendak en het rode dak
De randbegrenzing tussen het groendak en het rode dak, ook wel ‘kantopsluiting’ genoemd, bestaat doorgaans uit:
• grindvangers of metalen profielen (L-vormig, tot een hoogte van ca. 50 cm)
• betonnen keerelementen (vaak L-vormig).
Dit detail toont een oplossing met een metalen hoekprofiel. In de Bouwdetailfiches 1598 en 1599 vind je voorbeelden met betonnen keerelementen.
De grindvangers liggen meestal op de filterlaag van het retentiesysteem. De ballast op het horizontale deel houdt deze dan op hun plaats.
Het horizontale deel van het L-vormige keerelement of profiel bevindt zich idealiter onder de zwaarste laag aan weerszijden van het profiel. Als het groendak aansluit op een wandelpad met massieve ondervloer (steenachtige uitvullaag), plaats je het best onder de uitvullaag. Zo is het risico op verschuiven tijdens de plaatsing of tijdens de levensduur van het dak het kleinst.
Bij de aansluiting van een groendak op een betonvloer kan je te werk gaan zoals op de afbeelding: eerst plaats je het substraat en vervolgens het beton. In dat geval houdt de ballast van het substraat het profiel op zijn plaats. Je kan er ook voor kiezen om het profiel onder het beton aan te brengen, zodat de massa van het beton belet dat het tijdens de plaatsing van het substraat verschuift. Zorg er in dat geval voor dat het profiel tijdens het storten van het beton tijdelijk zijdelings gesteund wordt.
De mate waarin de keerelementen kunnen verschuiven hangt af van de opbouw, de hoogte en de plaatsingswijze van de lagen aan weerszijden van het dak. Als er zich aan de ene zijde substraat bevindt en aan de andere zijde een steenachtige uitvullaag, dan kan het risico op verschuiven verminderen door de materialen aan beide zijden in lagen aan te brengen, op zo’n manier dat er nooit aan één kant een veel hogere laag is dan aan de andere.
Het risico bestaat dat de L-profielen tussen het groendak en het rode dak wat verschuiven en/of omhooggeduwd worden door wortelgroei vanuit de vegetatie. Om dit te vermijden, kan je een extra strook filterdoek voorzien dat zo’n 20 cm overlapt met het filterdoek aan de bovenzijde van de retentiekratten en dat omhoogtrekken tot aan de bovenzijde van de L-profielen.
Je kan kantopsluitingen ook toepassen tussen verschillende zones van een rood of groendak, bijvoorbeeld tussen het rijgedeelte (vaak niet-waterdoorlatend, stabieler) en het parkeergedeelte (vaak waterdoorlatend).
Gerelateerde publicaties
Artikel: Kunnen waterretentiedaken zonder helling uitgevoerd worden?
Artikel: Groendaken: type-opbouwen en basisprincipes.
Artikel: Circulaire dakopbouwen: ontmantelbaarheid vs. vochtbeheersing.
Artikel: Functionele platte daken: praktische checklists voor een doordacht ontwerp.
Artikel: Brandpreventie bij groendaken.
Artikel: Welke voorwaarden voor de isolatie van een groendak?
TV 280: Het platte dak.
TV 229: Groendaken.
TV 253: Parkeerdaken. Deel 1: belastingen, ontwerpprincipes en samenstelling.
Standaardbestek 250 voor de wegenbouw Standaardbestek 250 | Vlaanderen.be
Kennishub bestratingen: Bestrating en prefab elementen | Opzoekingscentrum voor de Wegenbouw o.a. OCW-Dossier 5 (Waterdoorlatende verhardingen met betonstraatstenen)