1. Pleisterlaag
2. Draagvloer (beton)
3. Dampscherm
4. Thermische isolatie
5. Dakafdichting
6. Beschermlaag
7. Waterretentiesysteem
8. Filterdoek
9. Gestabiliseerd zandbed
10. Keerelement (beton)
11. Substraat (≥ 80 cm)
12. Wortelwerende folie
13. Vegetatie (daktuin met bomen)
14. Terrasafwerking (bv. houten planken)
15. Draagstructuur van de terrasafwerking (bv. houten keperwerk)
16. Terrasdragers (bv. geprefabriceerde kunststof elementen)
17. Kiftlaag
Dit detail toont de aansluiting tussen een groendak en een rood dak (gebruiksdak), beide geplaatst op een waterretentielaag. Deze situatie komt voor op zogenaamde klimaatdaken. In dit detail gaan we dieper in op een opbouw met een intensief groendak met bomen (substraatdikte 80 cm) en een houten terrasdak op terrasdragers. Andere varianten vind je terug in de Bouwdetailfiches 1597 en 1598.
Deze fiche geeft een mogelijke opbouw weer. Er bestaan tal van varianten en alternatieven. De synthese van de voornaamste aandachtspunten hieronder biedt een leidraad voor de uitwerking van varianten en projectspecifieke bouwdetails.
Voor praktische checklists verwijzen we naar Buildwise-artikel 2026/01.06.
Plat dak met waterretentie
Het platte dak is opgevat als een retentiedak met nulhelling. Er is dus geen hellingslaag.
De retentielaag loopt door onder het groendak en het rode dak. Zo wordt de bergings- en/of buffercapaciteit van het platte dak optimaal benut voor de vegetatie.
Het gaat om een warm dak, zoals vereist is voor retentiedaken (zie Buildwise-artikel 2019/06.04).
De plaatsing van de dakafdichting, het dampscherm en de isolatie voldoet aan de voorschriften van Technische Voorlichting (TV) 280.
De dakafdichting moet geschikt zijn voor toepassing in een retentiedak (zie Buildwise-artikel 2019/06.04).
In de voorgestelde situatie kan je voor de isolatielaag kiezen uit verschillende types isolatiematerialen. Een belangrijk keuzecriterium is dat de druksterkte voldoende moet zijn om het gewicht en de gebruiksbelasting van de bovenliggende constructie te kunnen opvangen (zie TV 280 en Buildwise-artikel 2023/05.07).
Bij klimaatdaken streef je best naar een hoge graad van circulariteit, rekening houdend met de gewenste vochtbeheersing. Buildwise-artikel 2025/05.05 helpt je om beide aspecten tegen elkaar af te wegen en de bevestigingswijze van de dakopbouw te kiezen.
Het retentiesysteem (vaak kunststof kratten) voorkomt beschadiging aan de dakafdichting tijdens de plaatsing of het gebruik (bv. spadesteek tijdens onderhoudswerken aan het groendak). Om te vermijden dat de retentiekratten in de dichtingslaag drukken, breng je onder dit systeem een beschermlaag aan. Je kan hiervoor gebruikmaken van een beschermdoek van minimum 500 g/m² en bij voorkeur 900 g/m².
Aan de bovenzijde van het retentiesysteem plaats je een filterdoek. Onder een groendak is dat een capillair vlies. Bij een rood dak is geen capillair doek nodig en opteer je best voor een steviger filtervlies, omdat dat beter geschikt is om bijvoorbeeld de puntbelasting van tegeldragers te weerstaan. Het capillair vlies is niet wortelwerend. Breng daarom aan de aansluiting van het groendak met het rode dak een strook wortelwerende folie aan tegen het keerelement (zie verder) om de kans op worteldoorgroei te verkleinen.
In de voorgestelde situatie is het aangeraden om de dakopbouw te compartimenteren (zie TV 280 en Buildwise-artikel 2025/05.06).
Groendak
Dit detail behandelt een intensief groendak met een substraatdikte van zo’n 80 cm. Andere opbouwen zijn uiteraard ook mogelijk. Buildwise-artikel 2025/05.06 stelt enkele alternatieven voor (bv. een dak met een 100 cm dik substraat) en geeft toelichting bij de samenstellende lagen.
Een capillair systeem brengt het water uit het retentiedak naar de vegetatie. Het filterdoek in de zone onder het groendak en de verbinding met de waterlaag in de retentielaag moeten capillair zijn.
Een dikke substraatlaag komt niet vaak voor op daken, maar wel boven ingegraven parkeergarages, op het niveau van het maaiveld. De draagstructuur van het dak moet afgestemd zijn op het grote gewicht en de gebruiksbelasting.
Om te vermijden dat de worteluiteinden bij dikke substraatlagen gaan rotten, moet de onderste helft opgebouwd zijn uit een ondersubstraat, dat minder organisch, grover en meer verlucht is (zie Buildwise-artikel 2025/05.06).
Als de wandelweg of rijweg ook dienstdoet als brandcompartimentering, moet je de hoogte van de vegetatie naast het pad beperken volgens de brandreglementering (zie Buildwise-artikel 2011/04.07).
Rood dak (gebruiksdak)
Afhankelijk van het ontwerp kan de verharding (bv. een terras) al dan niet waterdoorlatend zijn. De voorkeur gaat in principe uit naar een waterdoorlatende opbouw. In dit detail kozen we voor een houten terras op tegeldragers. De neerslag die op het terras valt, kan doorheen de terrasopbouw infiltreren naar de onderliggende waterretentielaag.
De terrasplanken bevinden zich doorgaans op een dubbel raster van houten kepers of op aluminium profielen (zie foto). Door de tegeldragers bovenaan met een raster te verbinden, kan je de lasten goed spreiden, in het bijzonder bij hoge tegeldragers.
Tegeldragers zijn mogelijk tot een hoogte van ongeveer 1 m (in dit detail gaat het om een hoogte van ca. 70 cm). De plaatsing gebeurt op de onderliggende structuur via een lastenspreidende onderplaat met een toereikend contactoppervlak (in Frankrijk schrijft de DTU een minimum van 300 cm² voor).
Je brengt de tegeldragers doorgaans rechtstreeks aan op het filterdoek aan de bovenzijde van de retentiekratten (zie afbeelding). De druksterkte van de kratten is in principe voldoende om de puntlasten van de tegeldragers te weerstaan. Let erop dat het filterdoek ruim overlapt en opgetrokken is aan alle opstanden.
Plaats aanvullend nog een kiftlaag tussen de tegeldragers om te verhinderen dat muggen tot aan de waterlaag kunnen geraken (in principe biedt het filterdoek al genoeg bescherming), om eventuele geurhinder vanuit de retentiekratten te vermijden en om de brandveiligheid te verbeteren. Een kiftlaag zorgt er ook voor dat de overlappingen in de filterlaag (aansluitingen tussen doeken) op langere termijn dicht blijven. De kiftlaag bestaat uit fijn riviergrind of rivierzand met een korrelgrootte tussen de 2 en 8 mm. De laagdikte bedraagt doorgaans een drietal centimeter. Het is essentieel dat de volledige oppervlakte van het filterdoek (en zeker de overlappingen) bedekt is met granulaat.
Als alternatief voor de kiftlaag kan je op het filterdoek een laag granulaat storten en daarop de tegeldragers plaatsen. Met een dergelijke uitvullaag kan je de hoogte van de tegeldragers 5 à 10 cm verkleinen. Deze laag bestaat meestal uit split (bv. 2/4), getrild om een voldoende stabiele onderlaag te vormen voor de tegeldragers.
In een intensief groendak met dikke substraatlaag ligt het wandelpad soms ook bovenop de substraatlaag, die dan onder de verharding van het wandelpad doorloopt. Om het gewicht op het dak te beperken, kan je ook opteren voor een uitvullaag onder het wandelpad in een lichter materiaal (bv. lava 2/6, XPS- of EPS-blokken, gestapeld als onderkoffer en afgedekt met geotextiel …). Hierbij moet je wel letten op de druksterkte van dit materiaal.
Aansluiting tussen het groendak en het rode dak
De randbegrenzing tussen het groendak en het rode dak, ook wel ‘kantopsluiting’ genoemd, bestaat doorgaans uit:
• metalen grindvangers (L-vormig, tot een hoogte van ca. 50 cm)
• betonnen keerelementen (vaak L-vormig).
Dit detail (en het detail in Bouwdetailfiche 1598) toont een oplossing met betonnen keerelementen. In de Bouwdetailfiche 1597 vind je een voorbeeld met een metalen hoekprofiel.
Betonnen keerelementen liggen meestal op een strook gestabiliseerd zand. Dit is nodig om het element op de juiste hoogte te brengen (‘levelen’). Onder deze strook voorzie je best een extra laag geotextiel (min. 300 g/m²).
Om zijdelings verschuiven tegen te gaan, breng je aan weerszijden van het keerelement ook een strook gestabiliseerd zand aan (driehoekig aangesmeerd, zie afbeelding). Het horizontale deel van het L-vormige keerelement of profiel bevindt zich idealiter onder de zwaarste laag aan weerszijden van het profiel. Als het groendak aansluit op een wandelpad met massieve ondervloer (steenachtige uitvullaag), plaats je het horizontale deel best onder de uitvullaag. Zo is het risico op verschuiven tijdens de plaatsing of tijdens de levensduur van het dak het kleinst. Kies je ervoor om het horizontale deel van een keerelement in beton te positioneren onder het substraat, dan kan je op de kratten ook een betonvloertje gieten (na plaatsing van een PE-folie op het filterdoek), waarvan de bovenzijde ongeveer gelijkkomt met de bovenzijde van het horizontale deel van het keerelement.
De mate waarin de keerelementen kunnen verschuiven hangt af van de opbouw, de hoogte en de plaatsingswijze van de lagen aan weerszijden van het dak. Als er zich aan de ene zijde een dikke laag substraat bevindt en aan de andere zijde een terras op terrasdragers, dan kunnen de keerelementen onder druk van het substraat verschuiven in de richting van het terrasdak.
Het risico bestaat dat de L-profielen tussen het groendak en het rode dak wat verschuiven en/of omhooggeduwd worden door wortelgroei vanuit de vegetatie. Om dit te vermijden, kan je een extra strook filterdoek voorzien dat zo’n 20 cm overlapt met het filterdoek aan de bovenzijde van de retentiekratten en dat omhoogtrekken tot aan de bovenzijde van de L-profielen.
Vermijd het gebruik van cementgebonden materialen zoals gestabiliseerd zand op een plat dak, omdat dit de waterafvoervoorzieningen (of drainagelaag) kan verstoppen door kalkuitlogingen (zie § 4.7.3.4 van TV 253). Ga ook zeker na dat de afdichting verenigbaar is met de cementhoudende materialen (alkaliën).
Bij een terrasdak op terrasdragers kan je de aansluiting met het groendak ook uitvoeren met een metalen plaat (geprefabriceerd of op maat geplooid) die vanaf de bovenzijde van de tegeldragers verticaal naar beneden hangt en er zijdelings tegen steunt. Een dergelijke plaat doet dienst als afwerking van de zijkant van de tegels, maar kan eveneens een begrenzing vormen voor het substraat.
Je kan kantopsluitingen ook toepassen tussen verschillende zones van een rood of groendak, bijvoorbeeld tussen het rijgedeelte (vaak niet-waterdoorlatend, stabieler) en het parkeergedeelte (vaak waterdoorlatend).
Gerelateerde publicaties
Artikel: Kunnen waterretentiedaken zonder helling uitgevoerd worden?
Artikel: Groendaken: type-opbouwen en basisprincipes.
Artikel: Circulaire dakopbouwen: ontmantelbaarheid vs. vochtbeheersing.
Artikel: Functionele platte daken: praktische checklists voor een doordacht ontwerp.
Artikel: Brandpreventie bij groendaken.
Artikel: Welke voorwaarden voor de isolatie van een groendak?
TV 280: Het platte dak.
TV 229: Groendaken.
TV 253: Parkeerdaken. Deel 1: belastingen, ontwerpprincipes en samenstelling.
Standaardbestek 250 voor de wegenbouw Standaardbestek 250 | Vlaanderen.be
Kennishub bestratingen: Bestrating en prefab elementen | Opzoekingscentrum voor de Wegenbouw o.a. OCW-Dossier 5 (Waterdoorlatende verhardingen met betonstraatstenen)