4. Proeven en criteria voor het gebruik van natuursteen in de bouw
| Gebruiksklasse | Aanbevolen valhoogte vóór breuk (identificatieproef) |
|---|---|
| Individuele woning | 30 cm |
| Normaal gebruikt collectief gebouw | 45 cm |
| Intens gebruikt collectief gebouw | 60 cm |
Tabel 12 Aanbevolen valhoogte vóór breuk in geval van een identificatieproef.
| Gebruiksklasse | Aanbevolen valhoogte vóór breuk (identificatieproef) |
|---|---|
| Individuele woning | 100 cm |
| Normaal gebruikt collectief gebouw | 150 cm |
| Intens gebruikt collectief gebouw | 200 cm |
Tabel 13 Aanbevolen valhoogte vóór breuk in geval van een technologische proef.
| Vlekgevoeligheid | |||
|---|---|---|---|
| Interne vlekvorming | Accidentele vlekvorming | ||
| Vlektype I | Vlektype II | Accidentele vlekken | |
| Vlekmakend element | ijzerhoudende mineralen, metalen aanwezig in de steen | organisch materiaal in de steen | potentieel vlekmakende producten (wijn, citroen, …) |
| Normatief document | NBN EN 16140 | TV 182 | prEN 16301 |
| Betreft | alle natuursteensoorten | kalkstenen | alle natuursteensoorten |
Tabel 14 Overzicht van de soorten vlekken en de bijbehorende normen.
| CODES | T1 | T2 | T3 |
|---|---|---|---|
| Beschrijving van de veranderingen | Geen oxidatie Alleen de metaalhoudende mineralen veranderen van kleur door glansverlies |
Er is alleen oxidatie rond de mineralen zonder verspreiding van de verkleuring over de steen (*) | Oxidatie met verspreiding van de verkleuring (zoals bv. sluiervorming) over de steen |
| (*) Soms kunnen er kleine oxidatievlekjes in de vorm van puntjes verschijnen. Deze zijn afkomstig van metaalhoudende partikels die na het zaagproces zijn achtergebleven. | |||
Tabel 15 Evaluatie van de oxidatiecodes.
| SRT-WAARDE | BEOORDELING |
|---|---|
| < 25 | Hoog sliprisico |
| Tussen 25 en 35 | Matig sliprisico |
| Tussen 35 en 65 | Laag sliprisico |
| > 65 | Zeer laag sliprisico |
Tabel 16 Indeling volgens de United Kingdom Slip Resistance Group.