De continuïteit van de lucht- en de waterdichtheid van het platte dak wordt gerealiseerd met behulp van een elastisch membraan dat waterdicht verbindbaar is met de bitumineuze afdichting (bv. een geprefabriceerde uitzetvoeg) of met een losse afdichtingsstrook van de dakafdichting zelf (nr. 11).
Teneinde de differentiële bewegingen op te kunnen vangen, moet deze strook aangebracht worden op een hoogte van 100 mm tegen de opstand (voor de overlapverbinding) en 100 mm tegen de wand. Tussen deze twee aanhechtingspunten ligt de afdichtingsstrook los op de isolatie.
Indien er geopteerd wordt voor een losse bitumineuze afdichtingsstrook in plaats van een losse meer elastische afdichtingsstrook, dient men tijdens het onderhoud van het dak op te volgen of de plooivorming van de losse bitumineuze afdichtingsstrook geen beschadigingen van de overlapverbindingen kan veroorzaken.
Teneinde de differentiële bewegingen op te kunnen vangen, moet deze strook aangebracht worden op een hoogte van 100 mm tegen de opstand (voor de overlapverbinding) en 100 mm tegen de wand. Tussen deze twee aanhechtingspunten ligt de afdichtingsstrook los op de isolatie.
Indien er geopteerd wordt voor een losse bitumineuze afdichtingsstrook in plaats van een losse meer elastische afdichtingsstrook, dient men tijdens het onderhoud van het dak op te volgen of de plooivorming van de losse bitumineuze afdichtingsstrook geen beschadigingen van de overlapverbindingen kan veroorzaken.