1. Dakvloer
2. Afschotlaag of thermische isolatie
3. Tapbuis
4. Plakplaat
5. Dakafdichting
6. Dakopstandafwerking (zie TV 244, hoofdstuk 5)
7. Standleiding regenwaterafvoer
8. Grindvang
2. Afschotlaag of thermische isolatie
3. Tapbuis
4. Plakplaat
5. Dakafdichting
6. Dakopstandafwerking (zie TV 244, hoofdstuk 5)
7. Standleiding regenwaterafvoer
8. Grindvang
Bij plastomere afdichtingen kan de afdichting zowel op als onder de plakplaat gelijmd of gelast worden.
Men dient zich hierbij te houden aan de richtlijnen van de fabrikant van de dakdoorbreking en de afdichting.
Bij bepaalde plastomeertypes dient men tussen de afdichting en een niet-gecacheerde EPS- of PUR-dakisolatie een scheidingslaag aan te brengen om te vermijden dat de weekmakers uit de dakafdichting zouden migreren (zie technische specificaties van de fabrikanten).
Om geurproblemen te vermijden, moet er onderaan de standleiding een stankafsluiter voorzien worden.
Men dient zich hierbij te houden aan de richtlijnen van de fabrikant van de dakdoorbreking en de afdichting.
Bij bepaalde plastomeertypes dient men tussen de afdichting en een niet-gecacheerde EPS- of PUR-dakisolatie een scheidingslaag aan te brengen om te vermijden dat de weekmakers uit de dakafdichting zouden migreren (zie technische specificaties van de fabrikanten).
Om geurproblemen te vermijden, moet er onderaan de standleiding een stankafsluiter voorzien worden.