Aansluiting met een spouwmuur. Plastomere afdichting

Terug naar : bouwdetails
Referentienummer:
1095
Publicatiedatum:
Bouwelementen:
Bron:

TV__244__Fiche 037-3-0


De noodzaak van een kimfixatie bij plastomere afdichtingen is afhankelijk van de plaatsingswijze van de afdichting, de afwerking van de dakopstanden en het feit of de afdichting al dan niet gewapend is. Dit wordt uitgebreid behandeld in TV 244, hoofdstuk 5 "Opstanden".

Voor bepaalde soorten plastomeren is een scheidingslaag vereist tussen de afdichting en een niet-gecacheerde EPS- of PUR-dakisolatie teneinde een migratie van weekmakers uit de dakafdichting te vermijden (zie technische specificaties van de fabrikanten).

Als de dakopstand een ruwe ondergrond heeft, dient er een scheidingslaag (niet-geweven polyester) voorzien te worden.

Wanneer er tussen de eventuele ballastlaag en de dakafdichting een scheidingslaag voorzien wordt, dient men bij bepaalde plastomeersoorten (monomeer PVC) te opteren voor een gesloten scheidingslaag. Er mag in geen geval een polyesterdoek gebruikt worden omdat het doek de micro-organismen uit de ballastlaag vasthoudt en het gevaar voor weekmakeremigratie van de dakafdichting bijgevolg zal vergroten in plaats van verkleinen.

Het wordt aangeraden om opstanden van plastomeren steeds bovenaan mechanisch te bevestigen.

Plastomere afdichtingen die niet-hechtend aangebracht worden tegen de opstand dienen vanaf een opstandhoogte van 500 mm en om de 500 mm bijkomend mechanisch bevestigd te worden (tussenfixatie). Bij gekleefde opstanden van plastomeren is een dergelijke tussenfixatie niet vereist.


Gerelateerde publicaties