1. Verhoogde veiligheidsafstand
2. Kanaal
3. Aangepaste onbrandbare isolatie (A1 of A2-S1,do)
4. Muur
5. Binnenbepleistering
6. Aangepaste zwelband
7. Aangepaste soepele voeg
8. Lijm (ETICS)
9. Brandbare isolatieplaat (ETICS)
10. Bepleistering (ETICS)
TV 257 § 5.9 ROOKGASAFVOERKANALEN
De aanwezigheid van rookgasafvoerkanalen vormt een kritiek punt waarmee de ontwerper en de gevelwerker absoluut rekening moeten houden. De rookgasafvoerkanalen voeren immers rookgassen af waarvan de temperatuur kan variëren tussen 80 en 600 °C, naargelang van het aangesloten toesteltype (zie tabel 16, p. 75).
Het ETICS mag niet aangebracht worden op een ondergrond waarvan de oppervlaktetemperatuur kan oplopen tot meer dan 70 °C (bv. muur met daarin een rookgasafvoerkanaal bestaande uit schouwpotten).
Wanneer er een rookgasafvoerkanaal doorheen de gevel gaat moet er bovendien een forfaitaire veiligheidsafstand in acht genomen worden tussen de buitenwand van dit afvoerkanaal en zogenaamde uitgebreide of substantiële brandbare materialen (die een aanzienlijke bijdrage leveren aan brand), d.w.z. de brandbare isolatiematerialen in het geval van ETICS. Deze veiligheidsafstand heeft tot doel het brandrisico te beperken en de schade aan de functionele eigenschappen van het ETICS te vermijden wanneer het rookgasafvoerkanaal in gebruik is.
Bij de CE-markering geeft de fabrikant een verklaring over het kanaal op basis van een bepaald aantal genormaliseerde gegevens, meer bepaald: de temperatuurklasse (maximaal aanvaardbare temperatuur van de rookgassen), de weerstandsklasse tegen schoorsteenbrand (‘O’ voor niet-bestand, ‘G’ voor bestand; vereist als het kanaal een verbrandingstoestel voor vaste brandstoffen bedient) en de afstand die nageleefd moet worden ten opzichte van brandbare materialen (zie afbeelding 90).
De functionele prestaties van het ETICS zijn evenwel maar beproefd tot 70 °C.
Aangezien de genormaliseerde veiligheidsafstand rekening houdt met temperaturen ter hoogte van het brandbaar materiaal die oplopen tot 85 °C voor een kanaal van klasse O en tot 100 °C voor een kanaal van klasse G, moet deze veiligheidsafstand vergroot worden.
Aan de hand van tabel 16 (p. 75) kan men de verhoogde veiligheidsafstand bepalen. De brandbare isolatie van een ETICS mag zich nooit dichter bij de leiding bevinden. Het is aan te raden om kanalen van het type G00 of O00 (veiligheidsafstand nul) te gebruiken om eveneens de temperatuur ter hoogte van de aansluiting van de bepleistering met het kanaal te beperken.
Als er geen gegevens bekend zijn over het kanaal, moet er een forfaitaire veiligheidsafstand toegepast worden, die voornamelijk afhankelijk is van de diameter van het kanaal en die opgegeven wordt door de opdrachtgever. Voor een warmtegenerator die aangesloten is op een kanaal met een maximale diameter van 150 mm bijvoorbeeld, is een veiligheidsafstand van 300 mm voldoende.
In het merendeel van de gevallen moeten de bestaande kanalen door een bevoegd persoon aan de nieuwe situatie aangepast worden (vooral het vergroten van de dikte van de wand).
Om de aansluiting met het ETICS te verzekeren, moet er een onbrandbare isolatie (brandreactieklasse A1 of A2-s1,do), aangepast aan het gebruik (voldoende hoge smelttemperatuur), geplaatst worden rondom het kanaal (zie afbeelding 91, p. 75). Bij kanalen van het type G00 of O00 moet het ETICS aangesloten worden op het kanaal met behulp van een zwelband en een soepele voeg, die geschikt zijn voor dit gebruik. Andere oplossingen worden niet uitgesloten.