Menu

Dubbelwandige schouw boven het dak. Bitumineuze afdichting

Terug naar : bouwdetails
Referentienummer:
1022
Publicatiedatum:
Bouwelementen:
Bron:

TV__244__Fiche 114-1-0


1. Dragend metselwerk
2. Dakvloer
3. Metselwerk van de schouw
4. Thermische onderbreking
5. Harde thermische isolatie
6. Spouwmembraan (al dan niet in het binnenspouwblad ingewerkt)
7. Slab
8. Open stootvoegen
9. Gevelmetselwerk
10. Schouwpotten
11. Thermische isolatie van de schouw
12. Hellingslaag
13. Dampscherm (zie TV 215, hoofdstuk 6)
14. Thermische isolatie (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
15. Hoeklat of versterkte hoek
16. Dakafdichting
De uitvoering van de afdichting bij een dubbelwandige schouw is gelijkaardig als bij spouwmuren (zie TV 244, § 5.5.1).

In het geval van een bitumineuze afdichting dient men de afdichtingsstroken voor te smeren met kleefvernis alvorens men ze tegen de opstanden aanbrengt.

Bij toepassing van de gietmethode dient men voldoende rekening te houden met het feit dat het giet- of bedekkingsbitumen van de bitumineuze onderlagen kan beginnen af te glijden. Deze laatste zouden bij voorkeur opgebouwd moeten zijn uit elastomeer polymeerbitumen. De eventuele kleef- en onderlagen moeten een verwekingstemperatuur van 110 °C of meer vertonen en worden mechanisch bevestigd met een klemprofiel. In het geval van metalen slabben gebeurt de bevestiging met een metalen lat.

Indien de dakopstanden koud verlijmd dienen te worden (bv. bij brandbare ondergronden) of in aanwezigheid van een gevlamlaste onderlaag uit geoxideerd bitumen, is een dergelijke fixatie met een klemprofiel eveneens vereist. Bij gebruik van gevlamlaste onderlagen uit polymeerbitumen zijn er geen afglijdingsproblemen te verwachten. Vanaf een opstandhoogte van 50 cm is het niettemin ook hier aangeraden om de afdichting mechanisch te bevestigen. Het voorzien van bijkomende tussenfixaties om de 50 cm is daarentegen niet vereist, tenzij men hechtingsproblemen vreest.


Gerelateerde publicaties