Dakwaterafvoer doorheen een buitenmuur. Bitumineuze afdichting

Terug naar : bouwdetails
Referentienummer:
1155
Publicatiedatum:
Bouwelementen:
Bron:

TV__244__Fiche 014-1-0


Indien de afdichting uit bitumen bestaat, worden de metalen hulpstukken voorafgaandelijk ingestreken met bitumenvernis of ondergedompeld in warm bitumen teneinde de hechting te verbeteren, de lasnaden te beschermen, rechtstreeks contact met het cement te voorkomen en corrosie uit te sluiten. Bij gebruik van dergelijke afdichtingen verdient het dus de aanbeveling om het metaal van een aangepaste coating te voorzien (periodiek onderhoud) of om de afdichting te beschermen tegen een directe bezonning (leislag, ballast, ... zie TV 215).

De plakplaat dient steeds tussen twee afdichtingslagen aangebracht te worden. Dit kan zowel gebeuren door lassen, met warm bitumen als met koudlijm. Bij meerlaagse afdichtingen wordt er hiertoe een onderlaag geplaatst (waarvan de naden buiten de zone van de plakplaat moeten vallen), terwijl men bij eenlaagse afdichtingen een extra strook aanbrengt.

Bij niet-luchtdichte dakvloeren of opstanden dient men de plakplaat mechanisch te bevestigen.

Zoals eerder vermeld, zou de dakwaterafvoer zich op het laagste punt van de afschotlijn moeten bevinden en dit, liefst in een speciaal hiertoe voorziene uitsparing of verdieping in de dakvloer. De aansluiting gebeurt met een aparte afdichtingsstrook (nr. 12) die niet tot op de isolatie mag doorgetrokken worden om een meerdikte ten gevolge van de overlapverbinding te vermijden.

Indien de plakplaat even hoog is als de muur, moet de extra strook hier volledig over doorgetrokken worden. Bij hogere muren moet de onderlaag of de extra strook hoger komen dan de plakplaat, zodanig dat deze laatste door de twee afdichtingslagen (onder- en bovenaan) zou ingesloten worden.


Gerelateerde publicaties