Menu

Afdichting van doorvoeringen van kabels of kabelbundels in brandwerende lichte scheidingswanden met brandwerende kitten

Terug naar : bouwdetails
Referentienummer:
1232
Publicatiedatum:
Bouwelementen:
Bron:

TV__293__Fiche 6.1


Afb. 1: Afdichting van een doorvoering van een kabels of kabelbundel in een brandwerende lichte scheidingswand met een brandwerende kit

Legende

1. Lichte scheidingswand
2. Kabel of kabelbundel
3. Uitsparing en speling rond de kabel of kabelbundel
4. Brandwerende kit (en rugvulling)
5. Ophangconstructie van de kabel of kabelbundel
1. Lichte scheidingswand

De lichte scheidingswand moet ofwel in overeenstemming zijn met een gestandaardiseerde lichte scheidingswand, ofwel met een gelijkaardige lichte scheidingswand. Ook andere lichte scheidingswanden zijn toegestaan, mits toelating in de voorschriften van de fabrikant* van de brandwerende voorziening die in de scheidingswand geplaatst moet worden.

Bij een doorvoering in een lichte houtskeletwand mag geen enkel deel van de uitsparing zich op minder dan 100 mm van een houten stijl of stuk van een houten regel bevinden. De holte tussen de uitsparing en de stijl (of het stuk van de regel) moet afgedicht zijn met ten minste 100 mm isolatie van klasse A1 of A2 volgens de Europese norm NBN EN 13501-1.

2. Kabel of kabelbundel

De eigenschappen van de kabel of kabelbundel moeten in overeenstemming zijn met de voorschriften van de fabrikant*. Daarin moet de volgende informatie opgenomen zijn:
- het kabeltype, eventueel in een elektro-installatiebuis
- de maximaal toegelaten diameter (buitendiameter, diameter van de geleider). Voor kabelbundels wordt het maximale aantal kabels en de maximale diameter van de kabels aangegeven.

Doorgaans loopt de kabel, kabelbundel of kabelgoot loodrecht doorheen de wand. Een schuine doorvoering is alleen mogelijk als dit is toegestaan in de voorschriften van de fabrikant*, onder voorbehoud van eventuele aanpassingen aan de brandwerende voorziening (ligging, afmetingen ...).

3. Uitsparing en speling

De uitsparing in de wand wordt uitgevoerd met behulp van een geschikt gereedschap, afhankelijk van de afmetingen van de uitsparing. Dankzij deze methode is de precieze plaatsing van een kader mogelijk (bv. een stalen of houten frame waarop een plaat bevestigd wordt– zie de voorschriften van de fabrikant*). Een dergelijk kader is meestal vereist om ter hoogte van de uitsparing de druk van het opschuimen bij verhitting op te vangen. Het kader verhindert dat de kit opzwelt in de richting van de holte in de lichte binnenwand. De totale dikte (bv. 150 tot 200 mm) ter hoogte van de opening kan soms groter zijn dan de dikte van de wand zelf (100 mm).

Het verschil tussen de diameter van de uitsparing en de diameter van de kabel of kabelbundel moet vermeld worden in de voorschriften van de fabrikant*. Het is belangrijk dat de speling rondom de kabel of kabelbundel niet te groot is (voegdikte). In principe mag de speling niet groter zijn dan 50 mm. Voor meer informatie dient men de voorschriften van de fabrikant* te raadplegen.

4. Afdichting met een brandwerende kit

De afdichting van de ruimte tussen de kabel of kabelbundel en de uitsparing in de scheidingswand wordt gerealiseerd volgens de voorschriften van de fabrikant*:
- over de volledige diepte van de scheidingswand
- met een kit op rugvulling. De materialen die gebruikt worden voor de rugvulling moeten overeenkomen met het materiaal dat gebruikt werd tijdens de proef. Er moet aan beide zijden van de kabel of kabelbundel voldoende diepte voorzien worden voor de kit.

De totale diepte van de geplaatste brandwerende kit moet groter dan of gelijk aan de totale diepte van de geteste kit zijn.

5. Ophangconstructie van de kabel of kabelbundel

De kabel of kabelbundel dient ondersteund en bevestigd te worden volgens de regels van goed vakmanschap. De ophangingen moeten zo dicht mogelijk bij de wand liggen (in principe op een maximale afstand van 500 mm – zie de voorschriften van de fabrikant*).

* Opgesteld op basis van het classificatierapport.


Gerelateerde publicaties