Afb. 1 Fase 1: isolatie van het dak.
Legende:
1. Lucht- en dampscherm
2. Isolatie
3. Ondersteuning van de dakrandbevestiging
4. Afwerking van de dakrand
5. Eventuele opvulling met schuim
6. Bestaande kepers
7. Behouden isolatie (eventueel)
8. Luchtdichte aansluiting van het lucht- en dampscherm op de muurkop
Legende:
1. Lucht- en dampscherm
2. Isolatie
3. Ondersteuning van de dakrandbevestiging
4. Afwerking van de dakrand
5. Eventuele opvulling met schuim
6. Bestaande kepers
7. Behouden isolatie (eventueel)
8. Luchtdichte aansluiting van het lucht- en dampscherm op de muurkop
Deze fiche stelt een situatie voor waarin de puntgevel niet langs buiten geïsoleerd zal worden. Indien de gevel langs buiten geïsoleerd wordt of indien men deze mogelijkheid wenst te behouden, dan dient men er het detail dat voorgesteld is in fiche 2.2 op na te slaan.
Renovatiestrategie en uitvoering
De goede coördinatie van de gevel- en dakwerken is van essentieel belang. De gevelwerken starten doorgaans na de uitvoering van de dakwerken.
Fase 1: demontage van de bestaande dakbedekking tot op de bestaande keper
De eventueel aanwezige isolatie tussen de kepers kan behouden blijven voor zover de isolatie die erboven aangebracht zal worden toereikend is. In het geval van een sarkingdak dat voorzien is van een isolatie uit polyisocyanuraat (PIR), zal aan dit criterium voldaan zijn wanneer de dikte van de toegevoegde isolatie minstens gelijk is aan de dikte van de reeds aanwezige isolatie (zie § 3.5.1 van de TV 294).
Fase 2: voorbereiding
In het algemeen is de bovenkant van de puntgevel zeer onregelmatig en moet deze geëgaliseerd worden indien men de luchtdichtheid op deze plaats wil veiligstellen. In het bovenstaande voorbeeld wordt de muurkop uniform gemaakt door het aanbrengen van een mortellaag. Bij grotere diktes kan er hiervoor ook een bekist beton gebruikt worden. Het kan eveneens nuttig blijken om de ruimte tussen de eerste keper en de muur vóór de plaatsing van het lucht- en dampscherm op te vullen met schuim. Zo vermijdt men luchtlekken op deze plaats en kan men de binnenafwerking correct aansluiten. Deze behandeling zal met name nuttig zijn wanneer het metselwerk aan de muurkop in slechte staat verkeert.
Fase 3: plaatsing van het lucht- en dampscherm (en van het voorlopige waterdichtingsmembraan)
Het lucht- en dampscherm wordt over het dak uitgerold. Het bedekt het bovenste deel van de puntgevel.
De luchtdichtheid van de aansluiting tussen de muurkop en het membraan kan bijvoorbeeld tot stand gebracht worden met behulp van:
* een tape of een luchtdichtingskit indien de ondergrond voldoende droog is (zie afbeeldingen 1 en 2)
* een specifieke aansluitingsstrook (slab) die vooraf ingebed wordt in de op de muurkop aangebrachte pleisterlaag (zie TV 255)
* aangepaste stroken samendrukbaar schuim (zie afbeelding 2 en fiche 2.2). De aandrukking zal later verzekerd worden door de isolatieplaten
* een aangepast expansief schuim indien de ruimte tussen de isolatieplaten en de muurkop voldoende fijn en regelmatig is om de luchtdichtheid op lange termijn te kunnen waarborgen (zie voorschriften van de fabrikant). Dit vereist doorgaans een correctie van de muurkop.
Wanneer het lucht- en dampscherm rechtstreeks op de kepers bevestigd wordt in plaats van op een bebording of beplanking, dan vraagt dit extra zorgvuldigheid. Bij de plaatsing van de dakbedekking moeten de tengellatten zeer nauwkeurig in de kepers vastgeschroefd worden om te voorkomen dat men per ongeluk het naastliggende lucht- en dampscherm zou beschadigen.
Voor wat betreft de mogelijkheden om de renovatiewerkzaamheden te faseren en de algemene prestatiecriteria voor het detail (waterdichtheid, stabiliteit, thermische isolatie, luchtdichtheid en regenwatervoer) verwijzen we de lezer naar de TV 294 evenals naar de TV’s 240, 251, 255 en 270.
Fasering van de werken
Omwille van technische en budgettaire redenen is het doorgaans beter om het dak te isoleren vóór de gevels. Dit laat toe om:
- de coördinatie van de werken te vergemakkelijken en de risico’s die gepaard gaan met de plaatsing van het ETICS of de gevelbekleding te beperken. Het is immers niet evident om de uiteindelijke positie van de aansluiting tussen de gevelisolatie en de toekomstige dakisolatie te voorspellen
- grotere energiebesparingen voor de toekomstige gebruikers te bereiken.
Indien men eerst het dak isoleert en in een latere fase overgaat tot de isolatie van de muur langs de binnenzijde:
- dan dient men zich ervan te vergewissen dat de thermische isolatie van de puntgevel achteraf aangesloten kan worden op de isolatie van het dak. In voorkomend geval volstaat het om de binnenisolatie aan te brengen tegen de keper die zich langs de dakrand bevindt. Hiertoe dient men de plafondafwerking te verwijderen over de dikte van de muurisolatie. Men dient erop toe te zien dat de stabiliteit van de plafondstructuur na deze werkzaamheden gewaarborgd blijft.
Indien men eerst de muur isoleert en in een latere fase overgaat tot de isolatie van het dak:
- dan dient men vóór de start van de gevelisolatiewerken te controleren of de muur droog genoeg is en er zich geen infiltraties vanuit het dak kunnen voordoen
- dan kan het lucht- en dampscherm van de puntgevel vastgeniet worden op de binnenzijde van de randkeper (zie afbeelding 2).
Renovatiestrategie en uitvoering
De goede coördinatie van de gevel- en dakwerken is van essentieel belang. De gevelwerken starten doorgaans na de uitvoering van de dakwerken.
Fase 1: demontage van de bestaande dakbedekking tot op de bestaande keper
De eventueel aanwezige isolatie tussen de kepers kan behouden blijven voor zover de isolatie die erboven aangebracht zal worden toereikend is. In het geval van een sarkingdak dat voorzien is van een isolatie uit polyisocyanuraat (PIR), zal aan dit criterium voldaan zijn wanneer de dikte van de toegevoegde isolatie minstens gelijk is aan de dikte van de reeds aanwezige isolatie (zie § 3.5.1 van de TV 294).
Fase 2: voorbereiding
In het algemeen is de bovenkant van de puntgevel zeer onregelmatig en moet deze geëgaliseerd worden indien men de luchtdichtheid op deze plaats wil veiligstellen. In het bovenstaande voorbeeld wordt de muurkop uniform gemaakt door het aanbrengen van een mortellaag. Bij grotere diktes kan er hiervoor ook een bekist beton gebruikt worden. Het kan eveneens nuttig blijken om de ruimte tussen de eerste keper en de muur vóór de plaatsing van het lucht- en dampscherm op te vullen met schuim. Zo vermijdt men luchtlekken op deze plaats en kan men de binnenafwerking correct aansluiten. Deze behandeling zal met name nuttig zijn wanneer het metselwerk aan de muurkop in slechte staat verkeert.
Fase 3: plaatsing van het lucht- en dampscherm (en van het voorlopige waterdichtingsmembraan)
Het lucht- en dampscherm wordt over het dak uitgerold. Het bedekt het bovenste deel van de puntgevel.
De luchtdichtheid van de aansluiting tussen de muurkop en het membraan kan bijvoorbeeld tot stand gebracht worden met behulp van:
* een tape of een luchtdichtingskit indien de ondergrond voldoende droog is (zie afbeeldingen 1 en 2)
* een specifieke aansluitingsstrook (slab) die vooraf ingebed wordt in de op de muurkop aangebrachte pleisterlaag (zie TV 255)
* aangepaste stroken samendrukbaar schuim (zie afbeelding 2 en fiche 2.2). De aandrukking zal later verzekerd worden door de isolatieplaten
* een aangepast expansief schuim indien de ruimte tussen de isolatieplaten en de muurkop voldoende fijn en regelmatig is om de luchtdichtheid op lange termijn te kunnen waarborgen (zie voorschriften van de fabrikant). Dit vereist doorgaans een correctie van de muurkop.
Wanneer het lucht- en dampscherm rechtstreeks op de kepers bevestigd wordt in plaats van op een bebording of beplanking, dan vraagt dit extra zorgvuldigheid. Bij de plaatsing van de dakbedekking moeten de tengellatten zeer nauwkeurig in de kepers vastgeschroefd worden om te voorkomen dat men per ongeluk het naastliggende lucht- en dampscherm zou beschadigen.
Voor wat betreft de mogelijkheden om de renovatiewerkzaamheden te faseren en de algemene prestatiecriteria voor het detail (waterdichtheid, stabiliteit, thermische isolatie, luchtdichtheid en regenwatervoer) verwijzen we de lezer naar de TV 294 evenals naar de TV’s 240, 251, 255 en 270.
Fasering van de werken
Omwille van technische en budgettaire redenen is het doorgaans beter om het dak te isoleren vóór de gevels. Dit laat toe om:
- de coördinatie van de werken te vergemakkelijken en de risico’s die gepaard gaan met de plaatsing van het ETICS of de gevelbekleding te beperken. Het is immers niet evident om de uiteindelijke positie van de aansluiting tussen de gevelisolatie en de toekomstige dakisolatie te voorspellen
- grotere energiebesparingen voor de toekomstige gebruikers te bereiken.
Indien men eerst het dak isoleert en in een latere fase overgaat tot de isolatie van de muur langs de binnenzijde:
- dan dient men zich ervan te vergewissen dat de thermische isolatie van de puntgevel achteraf aangesloten kan worden op de isolatie van het dak. In voorkomend geval volstaat het om de binnenisolatie aan te brengen tegen de keper die zich langs de dakrand bevindt. Hiertoe dient men de plafondafwerking te verwijderen over de dikte van de muurisolatie. Men dient erop toe te zien dat de stabiliteit van de plafondstructuur na deze werkzaamheden gewaarborgd blijft.
Indien men eerst de muur isoleert en in een latere fase overgaat tot de isolatie van het dak:
- dan dient men vóór de start van de gevelisolatiewerken te controleren of de muur droog genoeg is en er zich geen infiltraties vanuit het dak kunnen voordoen
- dan kan het lucht- en dampscherm van de puntgevel vastgeniet worden op de binnenzijde van de randkeper (zie afbeelding 2).