A. Metalen dorpel (3D)
B. Natuurstenen dorpel (verticale doorsnede in 2D)
1. Zwelband
2. Soepele voeg
3. Opstand aan de achterkant (hiel)
4. Zijdelingse opstand
5. Lijm (ETICS)
6. Bepleistering (ETICS)
7. Isolatieplaat (ETICS) (dikte: disol ETICS)
8. Stenen dorpel
TV 257 § 5.2.1 ALGEMENE AANBEVELINGEN
De aansluitingen met deuren en ramen moeten niet alleen voldoen aan de waterdichtheid- en duurzaamheidseisen, maar tevens aan de thermische en akoestische eisen. De algemene aanbevelingen die in de volgende paragrafen uiteengezet worden, dienen hiervoor nageleefd te worden.
Het plaatsen van raamkaders zonder neg en dus gelijkliggend met de bepleistering (zonder bepleisterde dagkant) is mogelijk (zie afbeelding 52) maar wordt afgeraden, aangezien deze plaatsingsmethode het risico op scheurvorming in de hoeken en op waterinfiltraties vergroot. Het is aan te raden om de ramen in een neg te plaatsen (zie afbeelding 51). Bij een dergelijke opbouw zal de isolatie van het ETICS een deel van het raamkozijn bedekken (en een neg vormen). Het vaste deel van het raamkader kan op diverse manieren gepositioneerd worden, hetzij gelijkliggend met de buitenzijde van de dragende muur (voorlopig de meest gebruikte oplossing, zie afbeeldingen 53B en 54, p. 55), hetzij excentrisch (in opbouw, zie afbeeldingen 53A en 55, p. 55) ten opzichte van de uitlijning van de isolatielaag van de gevel. Deze laatste oplossing is thermisch gezien voordelig (zie § 5.2.3, p. 57). De plaatsing verzonken in de muur (zie afbeelding 53C, p. 55) is mogelijk, maar wordt eerder gebruikt in renovaties en verloopt meestal volgens de uitvoeringsbepalingen voor raamkaders die geplaatst worden gelijkliggend met de muur (zie § 5.2.3, p. 57).
De lengte (raamkader wordt bedekt door de isolatie van het ETICS) en de diepte (afmetingen van de dagkant van de bepleistering) van de neg moeten altijd voldoende groot zijn om de plaatsing van het toebehoren van het ETICS toe te laten, respectievelijk minimaal 2 cm (zwelband) en minimaal 4 cm (hoekprofiel van de bepleistering). Bij de plaatsing van het schrijnwerk gelijkliggend met de muur, moet de neg een minimale breedte hebben die overeenkomt met de contactlengte (dcontact), om ervoor te zorgen dat de bouwknoop EPB-conform is. Deze contactlengte is afhankelijk van de dikte van het vaste deel van het raamkader en is onderworpen aan specifieke eisen (zie § 5.2.3, p. 57 en 5.2.4, p. 60).
Wanneer er, in functie van de blootstelling van het gebouw (zie TV nr. 188 [W8] in herziening), voorgeschreven wordt om de aansluiting tussen het schrijnwerk en de ruwbouw uit te voeren met behulp van een bijkomende afdichting zodat er een luchtscherm gevormd wordt (zie afbeelding 56, p. 56), kan de plaatsing van het ETICS door verlijming ongeschikt zijn naargelang van de aard van het materiaal en van de lengte van de bedekte muur. Bij twijfel moeten er mechanische bevestigingen voorzien worden in de betrokken zone, tenzij men beschikt over een lijm die aangepast is aan de afdichting en/of als de lengte van de zone beperkt is (maximaal 15 cm).
Als het gebouw een hoog luchtdichtheidsniveau heeft dankzij het nemen van gepaste maatregelen voor de aansluiting tussen de binnenbepleistering en het raamkader, is een bijkomende afdichting niet vereist, behalve in speciale gevallen (bv. openingen in de nabijheid van de hoeken van het gebouw in combinatie met een niet-luchtdichte muur).
Men kan een (waterdichte) aansluiting tussen het ETICS en het schrijnwerk realiseren enerzijds door een zwelband (die voldoende samengedrukt wordt) aan te brengen tussen de isolatie en het schrijnwerk, en anderzijds door ofwel een stopprofiel in combinatie met een soepele voeg te voorzien, ofwel enkel een soepele voeg tussen de bepleistering en het schrijnwerk. In alle gevallen is een goed onderhoud van de soepele voeg van essentieel belang.
Een alternatieve methode bestaat uit het aanbrengen van de bepleistering rechtstreeks in de neg van het schrijnwerk (door middel van een V-snede aan de aansluiting). Deze methode is alleen voorbehouden voor openingen met kleine afmetingen en voor dunne bepleisteringen die over de gepaste elastische eigenschappen beschikken. De aanbevelingen van de fabrikant hieromtrent moeten dan ook opgevolgd worden. Bij deze oplossing blijft het evenwel noodzakelijk om een zwelband aan te brengen tussen de isolatie en het schrijnwerk.
Bij renovaties kan de keuze om een bestaand raam al dan niet te vervangen of te verplaatsen, een invloed hebben op het ontwerp van de detailleringen.
Er moet steeds een voldoende dik raamkader voorzien worden om een correcte plaatsing van het ETICS en de uitvoering van een geïsoleerde neg toe te laten.
Bij gebruik van dikke isolatiematerialen, kan er een aanzienlijke schaduwwerking optreden. Dit effect kan verholpen worden door de isolatie in een hoek van 45° te versnijden, voor zover dit esthetisch verantwoord is. De positionering van het raam kan tevens bijdragen aan deze schaduwwerking.
We willen er ten slotte op wijzen dat in functie van de voorziene constructieve schikkingen, de aansluitingen tussen de muur en de ramen de akoestische prestaties kunnen verzwakken, vanwege de akoestische lekken die ze veroorzaken. Bepaalde soorten aansluitingen kunnen nadelig zijn of zelfs afgeraden worden in een luidruchtige omgeving wanneer er akoestische vereisten opgelegd worden (zie § 3.5, p. 37).
TV 257 § 5.2.2 DORPELS
De vensterdorpels (met opstanden aan de zijkanten en aan de achterkant) moeten toelaten om het regenwater af te voeren en weg te leiden van het gevelvlak. Ze worden bij voorkeur vervaardigd uit metaal (bv. uit (eventueel gelakt) aluminium, zie afbeelding 57 en afbeelding 58, p. 57). Het gebruik van dorpels uit natuursteen of beton (die voorzien zijn van een druiplijst aan de onderzijde) is eveneens mogelijk, maar wordt afgeraden aangezien ze geen verticale bescherming bieden tegen regen ter hoogte hun aansluiting met het ETICS (zie afbeelding 58B, p. 57). Het afwerkpleister moet gelijkliggen met het uiteinde van de zijdelingse opstanden van de dorpels. Het is absoluut noodzakelijk dat de aansluiting tussen de zijdelingse opstand en de opstand van de dorpel (hiel) volledig waterdicht is.
Bij dikke isolatiematerialen moeten toebehoren die aan de draagmuur of aan de raamkozijnen (dorpels, vensterbanken en muurkappen) bevestigd zijn, idealiter rusten op één of meerdere verstevigingshaken om weerstand te kunnen bieden aan de windwerking of aan lokale belastingen. Er bestaan ook kleine profielen die men op het uiteinde van voornoemde haken kan plaatsen en die vastgeklemd kunnen worden op de druiplijst van de vensterdorpel. Deze brengen evenwel de correcte plaatsing van de zwelband tussen de vensterdorpel en het ETICS in het gedrang. Een andere oplossing om de verstevigingshaak aan het toebehoren te bevestigen, is het gebruik van een aangepaste lijm (bv. polyurethaan). Koudebruggen kunnen vermeden worden door een aangepaste isolatie te voorzien bij de plaatsing van de verstevigingshaak.