Menu

Aansluiting van een ETICS aan de onderrand van het dakvlak van een hellend dak

Terug naar : bouwdetails
Referentienummer:
1408
Publicatiedatum:
01-08-2016
Bouwelementen:
Bron:

TV__257


Afb. 75 Aansluiting van een ETICS aan de onderrand van het dakvlak van een hellend dak (geval waarbij het ETICS doorloopt tot tegen bekleding van de dakoversteek).

1. Spantbeen
2. Thermische isolatie van het dak (dikte: disol dak)
3. Lijm (ETICS)
4. Bepleistering (ETICS)
5. Zwelband
6. Isolatieplaat (ETICS) (dikte: disol ETICS)
7. Contactlengte tussen de isolatie van het ETICS en de dakisolatie (dcontact)
8. Soepele voeg
9. Bekleding van de dakoversteek
10. Contactlengte tussen de isolatie van het ETICS en de tussengevoegde isolatie van de dakzijrand (dcontact)
11. Tussengevoegde isolatie (dikte: dinsulating part B)

TV 257 § 5.4 AANSLUITINGEN MET DE DAKRANDEN VAN HELLENDE DAKEN

De gevelwerker start doorgaans na de dakwerken. De werkzaamheden met betrekking tot de gevelisolatie worden uitgevoerd in de zones waar de bepleistering aangebracht zal worden. Men moet erop toezien dat de isolatielagen goed aansluiten. De aansluitingen aan de aanzet van een hellend dak (zie § 5.4.3, p. 68), gebeuren volgens hetzelfde principe als bij de aanzet van een plat dak. De aansluitingen onderaan het dakvlak (zie § 5.4.1) en met de dakzijrand (zie § 5.4.2) moeten op een zodanige manier ontworpen en uitgevoerd worden dat het bovenste gedeelte van het ETICS beschermd wordt. Er moet een voldoende grote dakoversteek zijn om de plaatsing van het systeem toe te laten en de blootstelling van het ETICS aan vocht te beperken. Het ETICS kan aangesloten worden tot tegen de bekleding van de dakoversteek, waarvan het zichtbare gedeelte vooraf beschermd dient te worden. Er wordt eveneens een zwelband voorzien ter hoogte van de aansluiting tussen de isolatie van het ETICS en de bekleding van de dakoversteek (zie afbeeldingen 73 tot 76, p. 66 tot 67). Na het aanbrengen van de bepleistering wordt deze ingesneden ter hoogte van de aansluiting met de bekleding van de dakoversteek, om het risico op eventuele scheurvorming te beperken. Het is aan te raden om een soepele voeg te voorzien ter hoogte van de aansluiting tussen de bekleding van de dakoversteek en de bepleistering (deze taak valt meestal niet onder de bevoegdheid van de gevelwerker). Een alternatieve oplossing is de plaatsing van een decoratieve dakrand aan de onderzijde, eventueel voorzien van een plint. Dit gebeurt na de uitvoering van het ETICS en eerder aan het bovenste uiteinde van het ETICS, zodat het einde van de bepleistering aan het zicht onttrokken wordt (zie afbeelding 73).

TV 257 § 5.4.1 AANSLUITING ONDERAAN HET DAKVLAK

De overgang tussen de dakisolatie en de isolatie van het ETICS van de buitenmuur moet geïntegreerd worden als bouwknoop in overeenstemming met de EPB-regelgeving. In het merendeel van de gevallen wordt de continuïteit van de isolatielagen verzekerd door ervoor te zorgen dat deze met elkaar in contact staan (zie Bijlage B, p. 123). De knoop is conform wanneer het contact tussen de dakisolatie en de isolatie van het ETICS verzekerd wordt, en dit over minimaal de helft van de isolatielaag met de kleinste dikte (meestal de isolatie van het ETICS) (zie afbeelding 75, p. 67).



Gerelateerde publicaties