Menu

Metalen dorpel - Fiche 3: Plaatsing met behulp van een plaatsingskader

Referentiedetails voor houten vensters in wanden, voorzien van een ETICS - Plaatsingssituatie D: excentrische plaatsing van het vensterkader ten opzichte van de draagmuur (in opbouw)

Terug naar : bouwdetails

LEGENDE

  1. Isolatie van het ETICS

  2. Plaatsingskader

  3. Waterscherm van de vensteraansluiting (optioneel)

  4. Afdichtingsband (zwelband)

  5. Metalen dorpel

  6. Expansieve luchtdichte lijmvoeg of voegkit (zwelband)

  7. Gevelkit (soepele voeg) of specifiek profiel

  8. PUR-schuim

  9. Bepleistering

  10. Luchtdichtheidsfolie

  11. Overpleisterbare afwerkingsplaat

  12. Stopprofiel

Aandachtspunten

1) Waterdichtheid

  • Waterscherm van de vensteraansluiting (optioneel) (nr. 3): het achteraf aangebrachte ETICS verzekert in principe de slagregendichtheid van de vensteraansluiting. De plaatsing van een waterscherm rondom de vensteraansluiting zorgt echter voor een (optionele) bijkomende en/of tijdelijke bescherming tegen waterinfiltraties in de vensteraansluiting. Een waterscherm is geschikt als het ten minste voldoet aan de eisen uit de norm NBN EN 14909 [B10] (bv. EPDM of slagregendichte folies) (zie TV 283 [B5], § 6.8). Er moet echter aandacht besteed worden aan het infiltratierisico ter hoogte van de aansluitingen dorpel-schrijnwerk-ETICS. In bepaalde gevallen zullen er specifieke voorzieningen noodzakelijk zijn [L1].

Bij de keuze van de lijm of zelfklevende strip ter bevestiging van het waterscherm op een bepaalde ondergrond dienen de voorschriften van de fabrikant opgevolgd te worden om een toereikende en duurzame hechting te garanderen. Het aanbrengen van een waterscherm aan de buitenzijde van de vensteraansluiting kan de verlijmde plaatsing van het ETICS in de betrokken zone ongeschikt maken (naar gelang van de aard van het materiaal van de folie en de lengte van de bedekte muur). Bij twijfel moet men voor de plaatsing van het ETICS in de betrokken zone in mechanische bevestigingen voorzien (zie TV 257 [B1], § 5.2.1).

  • Metalen dorpel (nr.5): de metalen dorpel en de aansluitingen met de kopschotten (de opstanden) moeten waterdicht zijn (zie TV 283 [B5]). Dit geldt evenzeer voor de aansluiting tussen de metalen dorpel en het vensterkader en voor de aansluitingen tussen de kopschotten en het vensterkader [L1]. Indien de dorpel en zijn aansluitingen met het schrijnwerk waterdicht zijn, dan is er geen bijkomend afdichtingssysteem onder de dorpel vereist. Het is in voorkomend geval wel noodzakelijk dat de aansluiting tussen de zijdelingse opstanden en de achterste opstand van de dorpel (hiel) volledig waterdicht is. Men zou de voorkeur moeten geven aan dorpels met afneembare eindkappen, die het verschuiven van de dorpel mogelijk maken (thermische vervorming) en voorzien zijn van waterdichte pads waarvan de doeltreffendheid bewezen is.

Bij metalen dorpels is het vanaf bepaalde dorpelafmetingen aanbevolen om in metaaldorpelsteunen te voorzien. Tabel 1 bevat enkele vuistregels met betrekking tot het aantal aan te brengen exemplaren.

Afb. 1 Breedte a van een metalen dorpel.

LEGENDE

1. Metaaldorpelsteun

a = breedte van de metalen dorpel

2) Luchtdichtheid

  • Plaatsingskader (nr. 2): het plaatsingskader kan opgebouwd worden uit platen op basis van hout of houtderivaten (bv. multiplex). Andere materialen zijn ook mogelijk zoals PVC-hardschuim, gerecycleerd PUR-hardschuim ... Platen geschikt voor de constructie van luchtdichte plaatsingskaders beschikken over een luchtdoorlatendheid bij een drukverschil van 50 Pa die lager blijft dan 0,1 m³/(h.m²) (zie TV 255 [B14], § 5.1.3). Wanneer de fabrikant van het plaatmateriaal niet in staat is om de luchtdichtheidsprestaties te garanderen, dan kan het noodzakelijk zijn om een bijkomend luchtscherm (bv. een luchtdicht membraan of een luchtdichte coating) aan te brengen (zie TV 283 [B5], § 6.1, voor meer informatie in verband met de geschiktheidseisen van het plaatmateriaal om gebruikt te worden voor de plaatsing van buitenschrijnwerk).

De luchtdichtheid van de hoekverbindingen tussen de platen kan verzekerd worden door het aanbrengen van een luchtdichte expansieve lijm of kit ofwel door het aanbrengen van een strook luchtdichte folie in de hoeken.

De luchtdichte aansluiting tussen het vensterkader en het plaatsingskader wordt gerealiseerd met behulp van een samengedrukte schuimband of een expansieve lijm (nr. 6). Het venster samen met het daaraan bevestigde plaatsingskader worden vervolgens in de ruwbouw verankerd.

  • Luchtdichtheidsfolie (nr. 10): een folie is geschikt wanneer hij ten minste behoort tot het type B conform de norm NBN EN 13984 [B9] (zie TV 283 [B5], § 6.8). Wanneer de folie bevestigd wordt met zelfklevende strips of met behulp van lijm op een bepaalde ondergrond, dan moet men de voorschriften van de fabrikant opvolgen om een toereikende en duurzame hechting te garanderen. De folie kan eveneens vloeibaar aangebracht worden in overeenstemming met de voorschriften van de fabrikant.

3) Akoestiek

Een luchtdichte aansluiting van de binnen- en buitenafwerking op het vensterkader is vanuit een akoestisch oogpunt een vereiste om in de buitenlawaaiklassen 1 tot 3 in aanmerking te komen voor het bereiken van de minimale prestatie-eis (klasse C volgens de norm NBN S 01-400-1 [B11]).

Deze vensteraansluiting kan eveneens aan de minimale akoestische prestatie-eis voor de buitenlawaaiklasse 4 voldoen op voorwaarde dat de montagespeling tussen de dagopening en het plaatsingskader beperkt blijft tot 2 cm en opgespoten wordt met montageschuim (zie § 1.2 van deze TV).

4) Thermische prestaties (EPB-aanvaarbare bouwknoop)

Deze aansluiting voldoet aan de eisen die beschreven staan in § 1.3 van deze TV. Indien men in een welbepaalde werfsituatie niet kan voldoen aan de eisen met betrekking tot de thermische prestaties van de vensteraansluiting, dan verwijzen we naar de algemene regels van de EPB-regelgeving in verband met vensteraansluitingen.



Gerelateerde publicaties