Menu

Stenen dorpel - Fiche 5: Plaatsing met behulp van een prekader (stelkader)

Referentiedetails voor houten vensters in wanden, voorzien van een ETICS - Plaatsingssituatie D: excentrische plaatsing van het vensterkader ten opzichte van de draagmuur (in opbouw)

Terug naar : bouwdetails

Bevestiging met behulp van doken

LEGENDE

  1. Isolatie van het ETICS

  2. Waterscherm van de vensteraansluiting (optioneel)

  3. Afdichtingsband (zwelband)

  4. Punctuele bevestiging van de stenen dorpel

  5. Stenen dorpel

  6. Waterscherm van de stenen dorpel (optioneel)

  7. Gevelkit (soepele voeg) of specifiek profiel

  8. PUR-schuim

  9. Dook

  10. Bepleistering

  11. Overpleisterbare afwerkingsplaat

  12. Luchtdichtheidsfolie

  13. Stopprofiel

  14. Steunblokje

  15. Prekader (stelkader)

  16. Kozijnschroef

Variant: bevestiging met behulp van kozijnschroeven

LEGENDE

  1. Isolatie van het ETICS

  2. Waterscherm van de vensteraansluiting (optioneel)

  3. Afdichtingsband (zwelband)

  4. Punctuele bevestiging van de stenen dorpel

  5. Stenen dorpel

  6. Waterscherm van de stenen dorpel (optioneel)

  7. Gevelkit (soepele voeg) of specifiek profiel

  8. PUR-schuim

  9. Dook

  10. Bepleistering

  11. Overpleisterbare afwerkingsplaat

  12. Luchtdichtheidsfolie

  13. Stopprofiel

  14. Steunblokje

  15. Prekader (stelkader)

  16. Kozijnschroef

Aandachtspunten

1) Waterdichtheid

  • Waterscherm van de vensteraansluiting (optioneel) (nr. 2): het achteraf aangebrachte ETICS verzekert in principe de slagregendichtheid van de vensteraansluiting. De plaatsing van een waterscherm rondom de vensteraansluiting zorgt echter voor een (optionele) bijkomende en/of tijdelijke bescherming tegen waterinfiltraties in de vensteraansluiting. Een waterscherm is geschikt als het ten minste voldoet aan de eisen uit de norm NBN EN 14909 [B10] (bv. EPDM of slagregendichte folies) (zie TV 283 [B5], § 6.8). Er moet echter aandacht besteed worden aan het infiltratierisico ter hoogte van de aansluitingen dorpel-schrijnwerk-ETICS. In bepaalde gevallen zullen er specifieke voorzieningen noodzakelijk zijn [L1].

Bij de keuze van de lijm of zelfklevende strip ter bevestiging van het waterscherm op een bepaalde ondergrond dienen de voorschriften van de fabrikant opgevolgd te worden om een toereikende en duurzame hechting te garanderen. Het aanbrengen van een waterscherm aan de buitenzijde van de vensteraansluiting kan de verlijmde plaatsing van het ETICS in de betrokken zone ongeschikt maken (naar gelang van de aard van het materiaal van de folie en de lengte van de bedekte muur). Bij twijfel moet men voor de plaatsing van het ETICS in de betrokken zone in mechanische bevestigingen voorzien (zie TV 257 [B1], § 5.2.1).

  • Stenen dorpel (nr.5): men dient erop toe te zien dat de aansluiting tussen de stenen dorpel en het vensterkader waterdicht is.

Bij stenen dorpels die opgebouwd zijn uit meerdere stukken dient de aansluiting tussen twee opeenvolgende stukken afgedicht te worden, bijvoorbeeld met behulp van een soepele voeg. Door het aanbrengen van een druiplijst ter hoogte van de aansluiting tussen twee opeenvolgende stukken kunnen de effecten van een gebeurlijke beschadiging van het voegwerk vermeden worden (zie TV 257 [B1], § 5.3.2 en afbeelding 70).

2) Luchtdichtheid

Luchtdichtheidsfolie (nr. 12): een folie is geschikt wanneer hij ten minste behoort tot het type B conform de norm NBN EN 13984 [B9] (zie TV 283 [B5], § 6.8).

Wanneer de folie bevestigd wordt met zelfklevende strips of met behulp van lijm op een bepaalde ondergrond, dan moet men de voorschriften van de fabrikant opvolgen om een toereikende en duurzame hechting te garanderen. De folie kan eveneens vloeibaar aangebracht worden in overeenstemming met de voorschriften van de fabrikant.

3) Akoestiek

Een luchtdichte aansluiting van de binnen- en buitenafwerking op het vensterkader is vanuit een akoestisch oogpunt een vereiste om in de buitenlawaaiklassen 1 tot 3 in aanmerking te komen voor het bereiken van de minimale prestatie-eis (klasse C volgens de norm NBN S 01-400-1 [B11]).

Deze vensteraansluiting kan eveneens aan de minimale akoestische prestatie-eis voor de buitenlawaaiklasse 4 voldoen op voorwaarde dat de montagespeling tussen het vensterkader en het prekader beperkt blijft tot 1 cm en opgespoten wordt met montageschuim (afdichtingsbanden zijn zowel vanuit een praktisch als een akoestisch oogpunt afgeraden).

Als het venster in het prekader geplaatst werd met behulp van doken, dan dient men de binnendagkantafwerking in de buitenlawaaiklasse 4 uit te voeren met overpleisterbare afwerkingsplaten (nr. 11) (zie ook § 1.2 van deze TV).

4) Thermische prestaties (EPB-aanvaarbare bouwknoop)

Deze aansluiting voldoet aan de eisen die beschreven staan in § 1.3 van deze TV (basisregel 2 voor EPB-aanvaardbare bouwknopen).



Gerelateerde publicaties