De noodzaak van een randfixatie bij een plastomere afdichting is afhankelijk van de drie volgende factoren :
- de plaatsingswijze van de afdichting
- de afwerking van de dakopstanden
- het feit of de afdichting al dan niet gewapend is.
Dit onderwerp komt uitgebreid aan bod in TV 244, hoofdstuk 5 "Opstanden".
Bij bepaalde types plastomeren dient men tussen de afdichting en de niet-gecacheerde EPS- of PUR-dakisolatie een scheidingslaag aan te brengen om een migratie van weekmakers uit de dakafdichting te vermijden (zie hiervoor de technische specificaties van de fabrikanten). Ook de verenigbaarheid tussen het dampscherm en de gootafdichting dient gecontroleerd te worden.
De plastomere gootafdichting wordt volvlakkig hechtend uitgevoerd en kan onderaan afgewerkt zijn met een textieldoek.
Om het aantal naden in de goot te beperken, wordt er gebruikgemaakt van stroken met een zo groot mogelijke lengte. Indien de overlapverbindingen in de goot niet thermisch gelast worden, dient men een goothelling te voorzien.
De houten keper kan eventueel vervangen worden door een afschuining van de harde thermische isolatie en een metaalfolieplaat ter versterking van de hoek. De goot kan eveneens volledig opgebouwd worden uit metaalfolieplaat.
Bij gootafdichtingen die onderaan afgewerkt zijn met een polyesterdoekcachering kan de afdichting niet rechtstreeks op de metaalfolieplaten gelast worden. In voorkomend geval dient de aansluiting te geschieden zoals voorgesteld in het schema nr. 2 van deze fiche.
Wanneer zowel de goot- als de dakafdichting onderaan afgewerkt zijn met een textieldoek, dient hun naadverbinding te geschieden met behulp van een afzonderlijke niet-gecacheerde afdichtingsstrook.
- de plaatsingswijze van de afdichting
- de afwerking van de dakopstanden
- het feit of de afdichting al dan niet gewapend is.
Dit onderwerp komt uitgebreid aan bod in TV 244, hoofdstuk 5 "Opstanden".
Bij bepaalde types plastomeren dient men tussen de afdichting en de niet-gecacheerde EPS- of PUR-dakisolatie een scheidingslaag aan te brengen om een migratie van weekmakers uit de dakafdichting te vermijden (zie hiervoor de technische specificaties van de fabrikanten). Ook de verenigbaarheid tussen het dampscherm en de gootafdichting dient gecontroleerd te worden.
De plastomere gootafdichting wordt volvlakkig hechtend uitgevoerd en kan onderaan afgewerkt zijn met een textieldoek.
Om het aantal naden in de goot te beperken, wordt er gebruikgemaakt van stroken met een zo groot mogelijke lengte. Indien de overlapverbindingen in de goot niet thermisch gelast worden, dient men een goothelling te voorzien.
De houten keper kan eventueel vervangen worden door een afschuining van de harde thermische isolatie en een metaalfolieplaat ter versterking van de hoek. De goot kan eveneens volledig opgebouwd worden uit metaalfolieplaat.
Bij gootafdichtingen die onderaan afgewerkt zijn met een polyesterdoekcachering kan de afdichting niet rechtstreeks op de metaalfolieplaten gelast worden. In voorkomend geval dient de aansluiting te geschieden zoals voorgesteld in het schema nr. 2 van deze fiche.
Wanneer zowel de goot- als de dakafdichting onderaan afgewerkt zijn met een textieldoek, dient hun naadverbinding te geschieden met behulp van een afzonderlijke niet-gecacheerde afdichtingsstrook.