Menu

ETICS: Aansluiting aan de aanzet van een plat dak

Terug naar : bouwdetails
Referentienummer:
1405
Publicatiedatum:
01-08-2016
Bouwelementen:
Bron:

TV__257


Afb. 65 Aansluiting aan de aanzet van een plat dak.

1. Opstand van de dakafdichting
2. Dampscherm
3. Dakisolatie (dikte: disol dak)
4. Afdichting van het platte dak
5. Isolatie van de opstand (dikte: dinsulating part)
6. Startprofiel uit PVC
7. Lijm (ETICS)
8. Isolatieplaat (ETICS) (dikte: disol ETICS)
9. Bepleistering (ETICS)

TV 257 § 5.3.1 AANSLUITING AAN DE AANZET VAN PLATTE DAKEN

De gevelwerker zal pas tussenkomen nadat de dakwerken uitgevoerd werden in overeenstemming met de aanbevelingen uit TV 244 [W13]. De aansluitingen moeten op gepaste wijze ontworpen en uitgevoerd worden. Zo moet men er niet alleen op toezien dat er een dakopstand van minimaal 15 cm voorzien wordt en dat de isolatielagen hier op aansluiten, maar ook dat waterinfiltraties en -stagnaties ter hoogte van de aansluiting vermeden worden. Bovendien moet men er zich van vergewissen dat de zichtbare zijde van de bepleistering van het ETICS uitspringt ten opzichte van de opstand en dat er voldoende afstand is tussen de aanzet van het ETICS en het niveau van de afdichting of van de dakbedekking (zie afbeeldingen 64 en 65, p. 62).

Het vlak van de bepleistering moet ongeveer 2 cm uitspringen ten opzichte van het vlak van de afdichtingsopstand om regenwater dat van de gevel afloopt, weg te leiden en de aansluiting met een startprofiel uit PVC te vergemakkelijken. Een gecomprimeerde afdichtingsband of een soepele voeg kan gebruikt worden om eventuele oneffenheden in het afdichtingsmembraan (bv. ter hoogte van overlappingen) op te vangen.

De aanzet van het ETICS moet zich ter hoogte van de afdichtingsopstand bevinden, zijnde minimaal 15 cm boven het niveau van de afdichting of van de dakbedekking als deze geen openingen bevat. Bij toegankelijke daken (verhoogd risico op schokken) of bij buitenverhardingen die het opspatten bevorderen, is het aan te raden om een afstand van minimaal 30 cm te voorzien, zoals bij de muurvoet. In de TV nr. 244 [W13] worden er oplossingen voorgesteld op het vlak van toegankelijkheid, waarbij er roosters gebruikt om een opstand van 15 cm te bekomen terwijl men een klein niveauverschil behoudt tussen het binnen- en buitenniveau. Hoewel het risico op opspattend water beperkt wordt door de plaatsing van roosters langsheen de gevel, wordt het risico op beschadiging van het ETICS ten gevolge van schokken niet verkleind.

De overgang tussen de dakisolatie en de isolatie van het ETICS moet geïntegreerd worden als bouwknoop in overeenstemming met de EPB-regelgeving (zie Bijlage B, p. 123). De continuïteit van de isolatielagen wordt meestal verkregen met behulp van een tussengevoegde isolatie (basisregel nr. 2). Deze isolatie moet gelijktijdig voldoen aan drie voorwaarden (zie Bijlage B, p. 123).

De bouwknoop is conform wanneer het tussengevoegde isolerende deel 9:
- een warmtegeleidbaarheid (λinsulating part) heeft die vergelijkbaar is met deze van de dakisolatie en van de isolatie van het ETICS (λinsulating part < 0,2 W/m.K is niet voldoende beperkend). De benodigde dikte (dinsulating part) is niet alleen afhankelijk van de warmtegeleidbaarheid, maar ook van de warmteweerstanden van de dakisolatie en van de isolatie van het ETICS, 6 behalve bij hogere isolatieniveaus, zijnde warmteweerstanden groter dan 4 m².K/W (bv. isolatie met een λinsulating part-waarde van 0,04W/m.K en 4 een minimale dikte van 16 cm). In dit geval moet een isolerend deel met een λinsulating part-waarde van 0,05 W/m.K bijvoorbeeld, dus een dinsulating part-dikte hebben van minimaal 10 cm (dinsulating part [m] > 2 λ [W/m.K])
- het contact tussen de isolatie van het ETICS en de isolatie van de opstand (zonder rekening te houden met het afdichtingsmembraan en met het startprofiel uit PVC, zie § 3.6, p. 37) verzekerd wordt, en dit over een lengte die groter dan of gelijk is aan de helft van de dikte van de isolatie van de opstand (dinsulating part).

We merken op dat de regelgeving het niet uitsluit om de geïsoleerde afdichtingsopstand te beschouwen als een volwaardige wand en zijn warmtedoorgangscoëfficiënt (U-waarde) te berekenen. Indien dit het geval is, moeten de overgangen tussen deze isolatielaag en de muur- en de dakisolatie geïntegreerd worden als bouwknopen in overeenstemming met de EPB-regelgeving.

Wanneer men een profiel met een thermische onderbreking gebruikt, moet zijn eventuele verlijming op de onderkant van de isolatie van het ETICS uitgevoerd worden met aangepaste lijmrupsen (lijm met een lage warmtegeleidbaarheid, dus geen mortellijm).



Gerelateerde publicaties