Menu

Hoe diep moeten de voegen uitgekrabd worden vóór het navoegen van het metselwerk?

Pleister- en voegwerken

Terug naar : technische vragen

Vóór het navoegen van het metselwerk moeten de voegen zorgvuldig tot een gelijkmatige diepte uitgekrabd worden. Hierbij gelden de volgende richtlijnen:

  • de uitkrabdiepte moet gelijk zijn aan 1 tot 1,5 keer de voegbreedte, met een minimum van 10 mm
  • de voegen mogen niet te diep uitgekrabd worden: dit zou de goede verdichting van de voegmortel immers bemoeilijken
  • de voegen mogen niet te ondiep uitgekrabd worden: dit zou het risico op het loskomen of verbranden van de voegmortel immers verhogen
  • bij speciale voegtypes (zoals schaduwvoegen of verdiepte voegen) moet er vooraf een aangepaste diepte gespecificeerd worden
  • bij smalle metselstenen (bv. 6,5 cm breed) moet de maximale uitkrabdiepte beperkt worden tot 10 mm om stabiliteitsproblemen te vermijden.

Meer informatie vind je in onze publicaties:

  • Technische Voorlichting 297: Opvoegen van metselwerk
    Opvoegen van metselwerk in nieuw- en vernieuwbouw.
  • Technische Voorlichting 271: Uitvoering van metselwerk
    Deze Technische Voorlichting is gewijd aan de uitvoering van dragend en niet-dragend metselwerk, met inbegrip van spouwmuren.

Onderaan deze pagina vind je veelgestelde vragen terug. Ontdek ook onze vakgebiedpagina over pleisterwerken.

Gerelateerde onderwerpen