Wie duurzamer wil schilderen, wil tegelijk zeker blijven van het resultaat. Precies daar zit de meerwaarde van de vernieuwde EU Ecolabel-criteria voor verven en vernissen. De Europese Commissie heeft de regels aangescherpt voor emissies, gevaarlijke stoffen en productprestaties. Voor decoratieve verven en vernissen betekent dat: wie voor een product met EU Ecolabel kiest, kiest voor een lagere milieu-impact én voor een product dat ook technisch zijn geschiktheid moet aantonen. De nieuwe criteria gelden tot en met 31 december 2032.
Lees hieronder meer.
Duidelijker productgroepen, strengere eisen
De EU Ecolabel productgroep ‘Decoratieve verven en vernissen’ is nu opgesplitst in drie luiken: decoratieve verven en vernissen en verwante producten, coatings met bijzondere eigenschappen en verwante producten, en watergedragen aerosolspuitverven. Voor professionele schilders is vooral die eerste groep relevant.
Bij deze update zijn ook de eisen strenger geworden: lagere limieten voor de inhoud aan vluchtige en semivluchtige stoffen (VOC/SVOC), aangescherpte regels voor gevaarlijke stoffen en aangepaste limieten voor conserveringsmiddelen. Er is ook meer aandacht voor de informatie die de eindgebruiker moet ontvangen over onder meer efficiënt productgebruik, de omgang met verfresten en het reinigen van applicatiemateriaal om de milieu-impact van het gebruik van de verfproducten verder te beperken.
Binnenluchtkwaliteit krijgt meer gewicht
Volledig nieuw voor het EU Ecolabel ‘Verven en Vernissen’ is de expliciete aandacht voor emissies van vluchtige organische stoffen (VOC) naar de binnenlucht. Voor dit criterium wordt er gekeken naar hoeveel VOC/SVOC de volledig uitgedroogde verf uitstoot naar de binnenlucht. Dat is relevant voor schilderwerken in woningen, scholen, kantoren en andere binnenruimten waar binnenluchtkwaliteit steeds vaker meespeelt in de productkeuze. De beoordeling steunt op klimaatkamertesten volgens EN 16402 of EN 16516.
Ook technische prestaties blijven tellen
Het EU Ecolabel is geen louter milieulabel. Producten moeten ook voldoen aan eisen voor “fitness for use”. Voor binnenmuurverven gaat het om eisen uit de EN 13300 serie zoals bijvoorbeeld de natte slijtvastheid volgens NBN EN ISO 11998. Voor bepaalde buitencoatings spelen ook eigenschappen zoals vloeibare waterdoorlaatbaarheid volgens NBN EN ISO 1062-3 of waterdampdoorlatendheid volgens NBN EN ISO 7783. En wanneer schimmel- of algwerende prestaties geclaimd worden, verwijzen de criteria naar EN 15457 en EN 15458.
Voor de professionele schilder is de boodschap dus eenvoudig: een decoratief verfproduct met EU Ecolabel biedt niet alleen meer zekerheid over een lagere milieu-impact, maar ook over de technische geschiktheid van het product. Dat maakt het label nuttig op de werf, in gesprekken met opdrachtgevers en in projecten waar duurzaamheid en binnenluchtkwaliteit expliciet meewegen.
