Menu

ETICS: Aansluiting met de dakrand een plat dak en bedekking van de dakopstand met thermische isolatielagen.

Terug naar : bouwdetails
Referentienummer:
1407
Publicatiedatum:
01-08-2016
Bouwelementen:
Bron:

TV__257


Afb. 72 Aansluiting met de dakrand een plat dak en bedekking van de dakopstand met thermische isolatielagen.

1. Muurkap
2. Dakafdichting
3. Dampscherm
4. Thermische isolatie van het dak (dikte: disol dak)
5. Isolatieplaat (ETICS) (dikte: disol ETICS)
6. Bepleistering (ETICS)
7. Lijm (ETICS)
8. Soepele voeg
9. Zwelband
10. Muurafdekking
11. Houten balken, steun voor de muurafdekking
12. Druiplijst onder de aansluiting van de onderdelen van de muurkap (zie afbeelding 70, p. 64)
13. Haak die de muurafdekking ondersteunt
14. Isolerend bouwblok (dikte: dinsulating part)
15. Randprofiel
16. Tussengevoegde isolatie A (dikte: dinsulating part A)
17. Tussengevoegde isolatie B (dikte: dinsulating part B)
Afb. 68 Metalen muurkap.
Afb. 69 Deksteen uit natuursteen of beton.

1. Muurkap
2. Dakafdichting
3. Dampscherm
4. Thermische isolatie van het dak (dikte: disol dak)
5. Isolatieplaat (ETICS) (dikte: disol ETICS)
6. Bepleistering (ETICS)
7. Lijm (ETICS)
8. Soepele voeg
9. Zwelband
10. Muurafdekking
11. Houten balken, steun voor de muurafdekking
12. Druiplijst onder de aansluiting van de onderdelen van de muurkap (zie afbeelding 70, p. 64)
13. Haak die de muurafdekking ondersteunt
14. Isolerend bouwblok (dikte: dinsulating part)
15. Randprofiel
16. Tussengevoegde isolatie A (dikte: dinsulating part A)
17. Tussengevoegde isolatie B (dikte: dinsulating part B)

TV 257 § 5.3.2 AANSLUITING MET DE DAKRANDEN VAN PLATTE DAKEN

Men kan de waterdichtheid aan de bovenkant van het ETICS verzekeren door de dakafdichting, die meestal aangebracht wordt op een muurafdekking, te verlengen en deze ofwel te laten aansluiten op een dakrandprofiel (zie afbeelding 71 en 72, p. 65), ofwel deze te bedekken met een muurkap, bij voorkeur uit metaal (zie afbeelding 68, p 64). Het gebruik van dekstenen uit natuursteen of uit beton (voorzien van een druipneus aan de onderzijde) is mogelijk maar wordt niet aangeraden, vooral omwille van het feit dat deze dekstenen op zichzelf geen verticale bescherming vormen tegen regenwater ter hoogte van hun aansluiting met het ETICS (zie afbeelding 69, p. 64). In alle gevallen moeten de aansluitingen ervoor zorgen dat waterinfiltraties vermeden worden. Door het aanbrengen van druiplijsten ter hoogte van de aansluitingen tussen de onderdelen van de muurkap, kunnen de effecten van een eventuele beschadiging van het voegwerk vermeden worden (zie afbeelding 70, p. 64).

Er moet een voldoende grote oversteek voorzien worden om het aflopende water op een efficiënte manier van het gevelvlak weg te leiden en om bepleistering tot tegen de muurafdekking toe te laten. De druiplijst moet minimaal 3 cm uitspringen ten opzichte van het afgewerkte gevelvlak en moet de bepleistering beschermen over een hoogte van minimaal 5 cm. Bij zware blootstelling aan slagregen is het aan te raden om een grotere hoogte te voorzien (zie technische informatie van de fabrikant).

Bij grote isolatiedikten zal het soms nodig zijn om bijzondere maatregelen te nemen, zoals de plaatsing van verstevigingshaken of van aangepaste profielen om de muurkap en de muurafdekking te ondersteunen.

Na de plaatsing van de muurkap of het dakrandprofiel, kan de gevelwerker van start gaan (zie afbeelding 66). Het ETICS wordt aangebracht tot tegen de muurkap. Er moet een zwelband geplaatst worden aan de aansluiting tussen de isolatieplaat en de afdichting van de dakopstand (of zijn steun). Om het risico op horizontale scheuren in het bovenste deel van de bepleistering te beperken, moet de bepleistering ingesneden worden ter hoogte van de aansluiting met het aangrenzende element. Het is aan te raden om deze aansluiting af te werken met een aangepaste soepele voeg.

De overgang tussen de buitenmuur en het platte dak moet geïntegreerd worden als bouwknoop in overeenstemming met de EPB-regelgeving. De continuïteit van de isolatielagen zal doorgaans verzekerd worden door middel van tussengevoegde isolerende delen (basisregel nr. 2). Deze elementen moeten bijgevolg gelijktijdig voldoen aan drie voorwaarden (zie Bijlage B, p. 123).

Aan de hand van de volgende twee werkwijzen kan men een EPB-conforme bouwknoop bekomen:

- door het gebruik van een thermisch isolerend bouwblok. Hoewel deze oplossing wijd verspreid is, heeft deze volgens ons als nadeel dat de muur van de dakopstand blootgesteld wordt aan thermische schommelingen van het buitenklimaat en aan eventuele beschadigingen van de afwerking van de muur (vooral van het ETICS) (zie afbeelding 71, p. 65)

- door de muur van de dakopstand te bedekken met thermische isolatie (zie afbeelding 72, p. 65).

TV 257 § 5.3.2.2 BEKLEDEN VAN DE DAKOPSTAND MET THERMISCHE ISOLATIELAGEN

Als men opteert voor de tweede werkwijze (zie afbeelding 72, p. 65), is de bouwknoop conform (zie Bijlage B, p. 123) wanneer de tussengevoegde isolatielagen van de dakopstand:

- een warmtegeleidbaarheid (λinsulating part) hebben die kleiner dan of gelijk is aan 0,2 W/m.K. Doorgaans maakt men gebruik van isolatiematerialen met een λ-waarde die vergelijkbaar is met deze van de dakisolatie en van de isolatie van het ETICS. De benodigde dikten (dinsulating part) zijn niet alleen afhankelijk van de warmtegeleidbaarheid, maar ook van de warmteweerstanden van de dakisolatie en van de isolatie van het ETICS, behalve bij hogere isolatieniveaus, zijnde warmteweerstanden groter dan 4 m².K/W (bv. isolatie met een λ-waarde van 0,04 W/m.K en een minimale dikte van 16 cm). In dit geval moeten isolerende delen met een λinsulating part-waarde van 0,04 W/m.K bijvoorbeeld, een dinsulating part-dikte hebben van minimaal 8 cm (dinsulating part [m] > 2 λinsulating part [W/m.K]

- het directe contact met de dakisolatie of met de isolatie van het ETICS verzekerd wordt, en dit over minimaal de helft van de isolatie met de kleinste dikte (meestal de tussengevoegde isolatie)

- het directe contact tussen de tussengevoegde isolerende delen verzekerd wordt, en dit over minimaal de helft van de isolatie die de kleinste dikte heeft.

Het volume van de houten balken (materiaal met een λinsulating part-waarde = 0,2 W/m.K) die de tussengevoegde isolatie van het bovenste deel van de dakopstand onderbreken, mag niet meer bedragen dan 10 % per strekkende meter lineaire bouwknoop volgens de regelgeving. Dit criterium wordt nageleefd wanneer er bijvoorbeeld twee balken van maximaal 5 cm breed per strekkende meter aanwezig zijn. De doorsnede van de metalen bevestigingen mag niet groter zijn dan 1 cm² per strekkende meter. Men kan bijvoorbeeld ook twee bevestigingen plaatsen met een diameter van 0,5 cm om de 50 cm.



Gerelateerde publicaties