Nieuw in TOTEM: Module D om de voordelen buiten de levenscyclus te begroten

Sinds kort verschijnt er een nieuwe module (D) in TOTEM, de Belgische tool om de milieu-impact van gebouwen te begroten. Module D geeft een indicatie van de impact die in de toekomst kan vermeden worden door vandaag recycleerbare of herbruikbare materialen te gebruiken. Wat moet je weten over module D? Lees hieronder meer!

De berekening van module D

De (zeer complexe) berekeningsregels zijn vastgelegd in NBN EN 15804, de norm voor milieuverklaringen van bouwproducten (EPD). Module D kwantificeert de milieubaten (vermeden primaire productie) en milieulasten die in een volgende levenscyclus ontstaan doordat materialen aan het einde van hun huidige levenscyclus gerecycleerd, hergebruikt of energetisch gevaloriseerd worden. Voor staal bijvoorbeeld, komen de milieubaten in module D overeen met de vermeden productie van primair staal (uit ijzererts), en komen de milieulasten overeen met de productie van staal uit schroot. 

Aangezien de baten vaak groter zijn dan de lasten, zijn de resultaten in module D over het algemeen negatief (netto voordelen). Deze resultaten zijn echter heel onzeker. Er is immers geen garantie dat een product over 30 of 60 jaar, zoals voorspeld, zal worden gerecycleerd of hergebruikt. Bovendien worden de toekomstige voordelen waarschijnlijk overschat. Ze worden namelijk begroot op basis van de huidige primaire productie, terwijl industriële processen in principe steeds milieu-efficiënter worden.

Module D in TOTEM: voordelen die verder reiken dan de levenscyclus.

Hoe gebruik je module D?

Het is belangrijk om module D nooit op te tellen bij de andere resultaten van de LCA (modules A, B, C). Module D biedt immers aanvullende (onzekere) informatie over toekomstige voordelen buiten de onderzochte levenscyclus. De opsomming zou methodologisch inconsistent zijn. Bovendien zou je dan evenveel belang hechten aan (zeer onzekere) toekomstige voordelen als aan milieu-effecten op kortere termijn.  

Module D kan daarentegen nuttig zijn om een keuze te maken tussen constructieve oplossingen met vergelijkbare levenscyclusimpact (som van modules A-C). In dat geval kan de voorkeur worden gegeven aan de oplossing met het grootste voordeel in module D.

Ten slotte is module D geen goede indicator voor circulariteit. Volgens de berekeningsregels,  dragen voornamelijk primaire materialen bij aan module D. Materialen die afkomstig zijn van recyclage of hergebruik aan het begin van een project, en dus een lage initiële impact hebben,  leveren geen voordeel op in module D. Ook niet als ze op het einde van hun levensduur opnieuw (closed-loop) recycleerbaar of herbruikbaar zijn. Een hoge winst in module D duidt dus niet noodzakelijk op een meer circulaire oplossing, maar vaak eerder op een hoge (vermeden) primaire impact.

Ontdek module D